Logo Fontys Hogeschool Theologie LevensbeschouwingInspiratiesite Lessen Levensbeschouwing

Studiegids FHTL

2200LIPTIL ICT en levensbeschouwing


Pater, Jos de

3 ec

voltijd: 26 cu (13 bijeenkomsten)
deeltijd: 0 cu (0 bijeenkomsten)

Ma LGL/3 jaar 1
Ma LGL/2 jaar 1

Pastorale en liturgische theologie

ICT - basisvaardigheden; instrumenteel gebruik van diverse computerapplicaties.
ICT als communicatiemiddel; omgaan met internet en e-mail.
ICT als informatiebron; verwerken en raadplegen van gegevensbestanden en informatiesystemen zoals cd-rom en internet.
ICT als didactisch hulpmiddel; maken van multimediale presentaties, werken met computer en beamer.
ICT als gereedschap bij voorbereiding en organisatie van lessen; gebruik maken van tekstverwerking, spreadsheets, databases en toetsprogramma’s.

Naast deze vooral op praktische vaardigheden gerichte inhoud bestaat het college uit twee andere onderdelen:
1e onderzoek naar de situatie op de eigen c.q. stageschool op het gebied van ICT-beleid t.a.v. veiligheid, pestproblematiek en dergelijke.
2e bijdrage aan een onderzoek naar een ethische kwestie op ICT-gebied.

De student zal tijdens het college ICT-vaardigheden inoefenen, verbeterplannen voor beleid ontwikkelen en een bijdrage aan een onderzoek leveren.

Deelname aan alle colleges is verplicht. (zie: regeling in studiegids)

Werkcollege aanwezigheid verplicht.
Het college kent een trainingsgedeelte om ICT-vaardigheden in te oefenen en een werkcollege gedeelte waar het om onderzoek en ontwikkelen van beleid gaat.

  • De student

  • - heeft kennis van de belangrijkste computerapplicaties voor het onderwijs.
  • − heeft inzicht in het gebruik van ICT - toepassingen bij levensbeschouwelijk onderwijs, zowel voor het gebruik door leerlingen als door docenten.

Ma LGL/3

  • 1.2. Orientatie op het beroep docent GL Basishandelingen: 1. sensibiliteit ontwikkelen, 2.persoonlijke waarden opsporen, 3. oriënteren op gemeen- schappen en bronnen , 4. ethisch en levens- beschouwelijk denken en communiceren, 5. ethisch en levensbeschouwelijk godsdienstig handelen, 6. beroepsethiek / historische en mondiale ontwikkelingen van het schoolvak, 7. levensbeschouwelijk begeleiden van leerlingen.
  • 2.6. Godsbeelden binnen en buiten religies.
  • 4.1. a. Op methodische wijze verbanden leggen tussen de religieuze traditie en de actuele situatie.
    b. Hedendaagse levensbeschouwelijke vragen van mensen in verbinding brengen
    met de religieuze traditie en daaraan een levensbeschouwelijke interpretatie geven.
    c. Inzicht geven in de referentiekaders van anderen en betrekt zijn achtergrond zinvol bij
    de interpretatie van de situatie van anderen.
    d. Maatschappelijke en culturele processen duiden in het licht van de religieuze traditie.
  • 4.3. Waarden in relatie tot jezelf, natuur, sociaal-culturele wereld, de ander / de
    Ander. De kennis van elkaars cultuur, de setting waarin de communicatie plaatsvindt, de machtsverhoudingen tussen de communicatiepartners en hun communicatieve competentie. Mono-, multi- en interreligieuze communicatie.
  • 6.4. Ontwikkelen van een curriculum op basis van concept en model binnen bestaande kaders a.d.h.v. de volgende componenten: conceptbeschrijving, modelbeschrijving, doelstellingen, inhouden, werkvormen en opdrachten.
  • 8.1. Methode voor levensbeschouwelijke leerprocessen, gericht op het uitdrukken van
    wat men persoonlijk bezighoudt, ziet, hoort en voelt; kernbegrippen: authenticiteit,
    actief en participatief.
  • 8.4. Systematische inzet van beeld bij levensbeschouwelijke leerprocessen voor
    kennisverwerving en kennisverwerking.

Ma LGL/2

  • 1.2. Orientatie op het beroep docent GL Basishandelingen: 1. sensibiliteit ontwikkelen, 2.persoonlijke waarden opsporen, 3. oriënteren op gemeen- schappen en bronnen , 4. ethisch en levens- beschouwelijk denken en communiceren, 5. ethisch en levensbeschouwelijk godsdienstig handelen, 6. beroepsethiek / historische en mondiale ontwikkelingen van het schoolvak, 7. levensbeschouwelijk begeleiden van leerlingen.
  • 2.6. Godsbeelden binnen en buiten religies.
  • 4.1. a. Op methodische wijze verbanden leggen tussen de religieuze traditie en de actuele situatie.
    b. Hedendaagse levensbeschouwelijke vragen van mensen in verbinding brengen
    met de religieuze traditie en daaraan een levensbeschouwelijke interpretatie geven.
    c. Inzicht geven in de referentiekaders van anderen en betrekt zijn achtergrond zinvol bij
    de interpretatie van de situatie van anderen.
    d. Maatschappelijke en culturele processen duiden in het licht van de religieuze traditie.
  • 4.3. Waarden in relatie tot jezelf, natuur, sociaal-culturele wereld, de ander / de
    Ander. De kennis van elkaars cultuur, de setting waarin de communicatie plaatsvindt, de machtsverhoudingen tussen de communicatiepartners en hun communicatieve competentie. Mono-, multi- en interreligieuze communicatie.
  • 6.4. Ontwikkelen van een curriculum op basis van concept en model binnen bestaande kaders a.d.h.v. de volgende componenten: conceptbeschrijving, modelbeschrijving, doelstellingen, inhouden, werkvormen en opdrachten.
  • 8.1. Methode voor levensbeschouwelijke leerprocessen, gericht op het uitdrukken van
    wat men persoonlijk bezighoudt, ziet, hoort en voelt; kernbegrippen: authenticiteit,
    actief en participatief.
  • 8.4. Systematische inzet van beeld bij levensbeschouwelijke leerprocessen voor
    kennisverwerving en kennisverwerking.
  • De student:

  • − kan de aangeboden leerstof praktisch toepassen binnen het vakgebied.
  • - is in staat multimediale lessen te maken.
  • - kan op ethisch gebied voor het beleid op (stage)school verbeterplannen maken.
  • - is in staat een bijdrage te leveren aan onderzoek op ethisch gebied.
  • - kan op adequate en motiverende wijze binnen onderwijssituaties van de tweede fase gebruik maken van een breed scala van media waaronder ICT.
  • − is vaardig op het terrein van geavanceerde tekstverwerking.
  • − kan op adequate wijze omgaan met multimediale informatiedragers: cd-rom, internet.
  • − kan omgaan met relevante toetsprogramma’s van het vakgebied.

Ma LGL/3

    Geen landelijke bekwaamheidseisen of competenties gevonden.

Ma LGL/2

    Geen landelijke bekwaamheidseisen of competenties gevonden.

De student is bekend met het werken met de computer, toetsenbord, muis en Windows als ook met de eerste beginselen van tekstverwerkingsprogramma’s en internetgebruik.

  • Overall toets
  • Analyseren
  • Synthetiseren
  • Evalueren
  • Ordenen
  • Rapporteren
  • Reflecteren

15 werkdagen na inlevering van het gemaakte werk

Verplichte literatuur

Aanbevolen literatuur