Logo

Studiegids FHTL

19PSWISW Inleiding sociale wetenschappen


Martinus, Mirte

5 ec

voltijd: 44 cu (22 bijeenkomsten)
deeltijd: 26 cu (13 bijeenkomsten)

Ba GB jaar 1
Ba DRL jaar 1

Menswetenschappen

In de module worden de twee belangrijkste sociale wetenschappen verkend: de sociologie en de psychologie. Aan de hand van sociaal-wetenschappelijke theorieën en begrippen wordt duidelijk wat de specifieke zienswijze van deze twee stromingen is. Aan de hand van verschillende voorbeelden wordt duidelijk hoe de sociale wetenschappen gebruikt kunnen worden voor de praktijk in kerk, school en samenleving.

Bestuderen van te behandelen stof en van daaruit actieve bijdrage aan het college

Hoorcollege

  • Onthouden: De student reproduceert de betekenis van sociologische en psychologische begrippen uit de colleges en literatuur.
  • Begrijpen: De student legt sociologische en psychologische begrippen uit de colleges en de literatuur uit in eigen woorden en geeft voorbeelden
  • Begrijpen: De student herkent sociologische en psychologische thema's in (kranten)artikelen
  • Toepassen: De student kan inzichten uit de sociologie en psychologie toepassen op een casus
  • Analyseren: De student analyseert vanuit sociologische en psychologische concepten
  • CreĆ«ren: De student ontwikkelt een eigen visie op actuele thema's en beargumenteert dit vanuit sociologische en psychologische concepten.

Klik hier voor de toetsmatrijs.

Ba DRL

  • 1.1 Kennis van en inzicht in religie in de diverse wetenschappelijke benaderingen en culturele contexten; zoals Bijbelwetenschappen en systematische theologie, en vakken als godsdienstwijsbegeerte, religiegeschiedenis en godsdienstsociologie.
  • 7.1 Kennis van en inzicht in actuele godsdienstsociologische thema’s in relatie tot jongerencultuur, en toepassing van de kennis en dit inzicht in praktijksituaties.
  • 7.2 Kennis van, inzicht in en toepassing van klassieke en actuele godsdienst-psychologische thema’s in relatie tot de beroepspraktijk.

Ba GB

  • 1 II b Psychologische en sociologische kennis van mens en samenleving, in het bijzonder met betrekking tot (institutionele en niet-institutionele) religie en zingeving.
 

Ba DRL

  • 3.2 Vakinhoudelijk bekwaam wil zeggen dat de leraar de inhoud van zijn onderwijs beheerst. Hij ’staat boven’ de
    leerstof en kan die zo samenstellen, kiezen en/of bewerken dat zijn leerlingen die kunnen leren. De leraar kan
    vanuit zijn vakinhoudelijke expertise verbanden leggen met het dagelijks leven, met werk en met wetenschap
    en bijdragen aan de algemene vorming van zijn leerlingen. Hij houdt zijn vakkennis en -kunde actueel. Om
    vakinhoudelijk bekwaam te zijn moet de leraar ten minste het volgende in algemene termen weten en kunnen.
  • 3.2.1 De leraar beheerst de leerstof qua kennis en vaardigheden waarvoor hij verantwoordelijk is en kent
    de theoretische en praktische achtergronden van zijn vak. Hij kan de leerstof op een begrijpelijke en
    aansprekende manier samenstellen, uitleggen en demonstreren hoe ermee gewerkt moet worden. In de
    context van het beroepsgerichte onderwijs houdt dit in dat de beheersing van de leerstof ook gericht is op
    de beroepspraktijk en de verbinding van de theorie aan de (beroeps-)praktijk.
  • 3.4.A1 Hij heeft kennis van ontwikkelingstheorieen en de gedragswetenschappelijke theorie die voor
    zijn onderwijspraktijk relevant zijn (bijvoorbeeld elementen uit de sociale psychologie en de
    communicatietheorie) en kan die betrekken op zijn pedagogisch handelen.
    In de context van het beroepsgerichte onderwijs houdt dit onder andere in dat hij zich verdiept in de
    theoretische en praktische aspecten van het leren functioneren in een beroep en de ontwikkeling van
    beroepsidentiteit.
  • 3.4.A3 Hij heeft kennis van veelvoorkomende ontwikkelings- en gedragsproblemen en -stoornissen.
  • 3.4.A4 Hij weet hoe hij zicht kan krijgen op de leefwereld van zijn leerlingen en hun sociaal-culturele achtergrond.
    Hij weet hoe hij daarmee rekening kan houden in zijn onderwijs.
  • 3.4.B1 Hij kan groepsprocessen sturen en begeleiden.
  • 3.4.B6 Hij heeft oog voor de sociaal-emotionele en morele ontwikkeling van zijn leerlingen en doet daar recht aan.
    In de context van het beroepsgerichte onderwijs gaat het hier ook om de begeleiding van de leerling bij
    het ontwikkelen van beroepsidentiteit.
  • 3.4.B7 Hij kan ontwikkelings-, gedragsproblemen en -stoornissen signaleren en indien nodig met hulp van collega’s
    oplossingen zoeken of doorverwijzen.

Ba GB

  • A.1.c Duidt maatschappelijke en culturele processen in het licht van een specifieke religieuze traditie.
  • A.1.e Reflecteert op en legt verbinding (theoretisch en praktisch) tussen een specifieke religieuze traditie en de huidige cultuur en samenleving.
  • B.4.c Onderzoekt (veranderingen in) de context van de praktijk waarin hij zijn beroep uitoefent (organisatie, geloofsgemeenschap, wijk), en vertaalt de resultaten in praktische aanbevelingen voor verbetering van die praktijk.

iedereen die is toegelaten tot de opleiding is welkom

Opdrachten

Opdrachten uit het boek

huiswerkopdrachten gedurende de collegereeks

feedback

  • Schriftelijk tentamen
  • Onthouden
  • Begrijpen
  • Toepassen
  • Analyseren
  • CreĆ«ren

cijfer 1-10

14 werkdagen

Verplichte literatuur

  • Hoeksema, K. J. en Werf, van der, S. (2017), Sociologie voor de praktijk. Bussum: Coutinho, 9e druk (aanschaffen)
  • Saane, Joke van (2010), Religie is zo gek nog niet. Een introductie in de godsdienstpsychologie. Uitgeverij Ten Have, 1e druk (aanschaffen)

Aanbevolen literatuur

  • Bregman, R. (2019), De meeste mensen deugen. de Correspondent
 

 

Toetsmatrijs 2022 - 2023

beoord. niveauleerdoeltoetsitemweging
Onthouden De student reproduceert de betekenis van sociologische en psychologische begrippen uit de colleges en literatuur. () (0%)
Begrijpen De student legt sociologische en psychologische begrippen uit de colleges en de literatuur uit in eigen woorden en geeft voorbeelden (Ba GB: Pastoraal competent/ competent in geestelijke begeleiding Ba DRL: Professionele basis voor goed leraarschap ,Vakinhoudelijk bekwaam ) (0%)
Begrijpen De student herkent sociologische en psychologische thema's in (kranten)artikelen (Ba GB: Hermeneutisch competent Ba DRL: Vakinhoudelijk bekwaam ) (0%)
Toepassen De student kan inzichten uit de sociologie en psychologie toepassen op een casus (Ba GB: Hermeneutisch competent Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Vakdidactisch bekwaam ) (0%)
Analyseren De student analyseert vanuit sociologische en psychologische concepten (Ba GB: Agogisch competent ,Hermeneutisch competent Ba DRL: Vakdidactisch bekwaam ) (0%)
Creƫren De student ontwikkelt een eigen visie op actuele thema's en beargumenteert dit vanuit sociologische en psychologische concepten. (Ba GB: Hermeneutisch competent Ba DRL: Vakdidactisch bekwaam ) (0%)