Logo Fontys Hogeschool Theologie LevensbeschouwingInspiratiesite Lessen Levensbeschouwing

Studiegids FHTL

19HBVADI Algemene didactiek

3 ec

voltijd: 30 cu (15 bijeenkomsten)
deeltijd: 18 cu (9 bijeenkomsten)

Ba DRL jaar 2
Ko Drl jaar 1

Pastorale en liturgische theologie

In deze module staan de beginselen van de algemene didactiek centraal. De studenten starten in dit semester met hun stage in het VO en de vraag die daarbij hoort, is: Wat heb ik nodig om een goede docent/ docent GL te worden?.

In deze module worden de belangrijkste themas uit de algemene didactiek behandeld: wat is leren? Hoe kan ik mijn lessen goed voorbereiden? Hoe laat ik leerlingen leren? Hou houd ik orde? Hoe maak ik een goede toets? Wat moet ik weten over groepsprocessen? Hoe zit het Nederlandse onderwijssysteem in elkaar? Welke kennis heb ik nodig over multiculturele klassen? Waarom is reflectie de motor voor een goede docent? Hoe kan ik reflecteren?
Het gaat om het verbinden van basiskennis met de eerste ervaringen in de praktijk. Veel themas worden later in de opleiding verder uitgediept.
Aan de hand van voorbeelden uit de (stage)praktijk worden themas uit de algemene didactiek gerelateerd aan de vakdidactiek.

De verplichte literatuur wordt aan de hand van gegeven doelstellingen en opdrachten bestudeerd.
Deze theoriecolleges worden afgewisseld met praktische opdrachten en met het bespreken van casussen.
Van de student wordt verwacht: een goede voorbereiding van en actieve aanwezigheid tijdens de colleges.

Werkcollege

  • De student eigent zich de basiskennis van de algemene didactiek toe: Hoe onderwijs ik mijn leerlingen? Hoe kan ik effectief met groepen werken? Hoe ziet mijn school eruit? Hoe ontwikkel ik mezelf als leraar? Hoe geef ik onderwijs in het VMBO en het MBO?
  • De student legt verbinding tussen theorie en praktijk en zet reflectie in als leermethode.
  • De student past de basiskennis van algemene didactiek toe m.b.v. praktische opdrachten.

Ba DRL

  • 3.2 Kennis van, inzicht in en toepassen van vormen van (interreligieuze) communicatie benoemen en de processen daarbinnen.
  • 8.2 Kennis van, inzicht in, en toepassing van verschillende (vak-) didactische concepten en methodes voor het vak.
    Opnemen toetsing en beoordeling.

Ko Drl

  • 3.2 Kennis van, inzicht in en toepassen van vormen van (interreligieuze) communicatie benoemen en de processen daarbinnen.
  • 8.2 Kennis van, inzicht in, en toepassing van verschillende (vak-) didactische concepten en methodes voor het vak.
    Opnemen toetsing en beoordeling.
 

Ba DRL

  • 3.1 Een bekwame leraar is een leraar die heeft aangetoond dat hij met zijn vakinhoudelijke, vakdidactische en
    pedagogische kennis en kunde zijn werk als leraar en als deelnemer aan de professionele onderwijsgemeenschap die hij samen met zijn collegas vormt, kan verrichten op een professioneel doelmatige en verantwoorde wijze.j
  • 3.1.1 Zijn eigen onderwijs vormgeven, afstemmen op het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen, uitvoeren,
    evalueren en bijstellen
  • 3.3.1 Hij brengt een duidelijke relatie aan tussen de leerdoelen, het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen,
    de vakinhoud en de inzet van de verschillende methodieken en middelen.
  • 3.3.A1 De leraar heeft kennis van verschillende leer- en onderwijstheorieën die voor zijn onderwijspraktijk relevant
    zijn en kan die herkennen in het leren van zijn leerlingen. In de context van het beroepsgerichte onderwijs
    houdt dit onder andere in dat hij zich verdiept in de theoretische en praktische aspecten van leren op de
    werkplek.
  • 3.3.A5 De leraar kent verschillende didactische leer- en werkvormen (onder meer ten behoeve van het
    beroepsgerichte onderwijs) en de psychologische achtergrond daarvan. Hij kent criteria waarmee de
    bruikbaarheid daarvan voor zijn leerlingen kan worden vastgesteld.
  • 3.3.A6 De leraar kent verschillende doelen van evalueren en toetsen. Hij kent verschillende, bij deze doelen
    passende vormen van observeren, toetsen en examineren. Hij kan toetsen16 ontwikkelen, toetsresultaten
    beoordelen, analyseren en interpreteren en de kwaliteit van toetsen en examens beoordelen. Hij kan
    bruikbare en betrouwbare voortgangsinformatie verzamelen en analyseren en op grond daarvan zijn
    onderwijs waar nodig bijstellen.
  • 3.3.B Vakdidactisch bekwaam, kunde
  • 3.3.B.a1 Doelen stellen, leerstof selecteren en ordenen.
  • 3.3.B.a3 Passende en betrouwbare toetsen kiezen, maken of samenstellen.
  • 3.4.A Pedagogisch bekwaam, kennis
  • 3.4.A1 Hij heeft kennis van ontwikkelingstheorieen en de gedragswetenschappelijke theorie die voor
    zijn onderwijspraktijk relevant zijn (bijvoorbeeld elementen uit de sociale psychologie en de
    communicatietheorie) en kan die betrekken op zijn pedagogisch handelen.
    In de context van het beroepsgerichte onderwijs houdt dit onder andere in dat hij zich verdiept in de
    theoretische en praktische aspecten van het leren functioneren in een beroep en de ontwikkeling van
    beroepsidentiteit.
  • 3.4.A3 Hij heeft kennis van veelvoorkomende ontwikkelings- en gedragsproblemen en -stoornissen.
  • 3.4.A4 Hij weet hoe hij zicht kan krijgen op de leefwereld van zijn leerlingen en hun sociaal-culturele achtergrond.
    Hij weet hoe hij daarmee rekening kan houden in zijn onderwijs.

Ko Drl

  • 3.1 Een bekwame leraar is een leraar die heeft aangetoond dat hij met zijn vakinhoudelijke, vakdidactische en
    pedagogische kennis en kunde zijn werk als leraar en als deelnemer aan de professionele onderwijsgemeenschap die hij samen met zijn collegas vormt, kan verrichten op een professioneel doelmatige en verantwoorde wijze.j
  • 3.1.1 Zijn eigen onderwijs vormgeven, afstemmen op het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen, uitvoeren,
    evalueren en bijstellen
  • 3.3.1 Hij brengt een duidelijke relatie aan tussen de leerdoelen, het niveau en de kenmerken van zijn leerlingen,
    de vakinhoud en de inzet van de verschillende methodieken en middelen.
  • 3.3.A1 De leraar heeft kennis van verschillende leer- en onderwijstheorieën die voor zijn onderwijspraktijk relevant
    zijn en kan die herkennen in het leren van zijn leerlingen. In de context van het beroepsgerichte onderwijs
    houdt dit onder andere in dat hij zich verdiept in de theoretische en praktische aspecten van leren op de
    werkplek.
  • 3.3.A5 De leraar kent verschillende didactische leer- en werkvormen (onder meer ten behoeve van het
    beroepsgerichte onderwijs) en de psychologische achtergrond daarvan. Hij kent criteria waarmee de
    bruikbaarheid daarvan voor zijn leerlingen kan worden vastgesteld.
  • 3.3.A6 De leraar kent verschillende doelen van evalueren en toetsen. Hij kent verschillende, bij deze doelen
    passende vormen van observeren, toetsen en examineren. Hij kan toetsen16 ontwikkelen, toetsresultaten
    beoordelen, analyseren en interpreteren en de kwaliteit van toetsen en examens beoordelen. Hij kan
    bruikbare en betrouwbare voortgangsinformatie verzamelen en analyseren en op grond daarvan zijn
    onderwijs waar nodig bijstellen.
  • 3.3.B Vakdidactisch bekwaam, kunde
  • 3.3.B.a1 Doelen stellen, leerstof selecteren en ordenen.
  • 3.3.B.a3 Passende en betrouwbare toetsen kiezen, maken of samenstellen.
  • 3.4.A Pedagogisch bekwaam, kennis
  • 3.4.A1 Hij heeft kennis van ontwikkelingstheorieen en de gedragswetenschappelijke theorie die voor
    zijn onderwijspraktijk relevant zijn (bijvoorbeeld elementen uit de sociale psychologie en de
    communicatietheorie) en kan die betrekken op zijn pedagogisch handelen.
    In de context van het beroepsgerichte onderwijs houdt dit onder andere in dat hij zich verdiept in de
    theoretische en praktische aspecten van het leren functioneren in een beroep en de ontwikkeling van
    beroepsidentiteit.
  • 3.4.A3 Hij heeft kennis van veelvoorkomende ontwikkelings- en gedragsproblemen en -stoornissen.
  • 3.4.A4 Hij weet hoe hij zicht kan krijgen op de leefwereld van zijn leerlingen en hun sociaal-culturele achtergrond.
    Hij weet hoe hij daarmee rekening kan houden in zijn onderwijs.

Opdrachten

  • Werkstuk
  • Reflecteren
  • Rapporteren
  • Evalueren
  • Toepassen
  • Samenvatten

cijfer 1-10

10 werkdagen

Verplichte literatuur

  • Geerts, W. en Van Kralingen, R. (2016), Handboek voor leraren. Bussum: Coutinho, 2e druk en later (aanschaffen)

Aanbevolen literatuur