Logo Fontys Hogeschool Theologie LevensbeschouwingInspiratiesite Lessen Levensbeschouwing

Studiegids FHTL

19SBVWPG Werken in de praktijk: Geestelijk begeleider

30 ec

voltijd: 142 cu (71 bijeenkomsten)
deeltijd: 116 cu (58 bijeenkomsten)

Ba GPW jaar 4

Beroepsvoorbereiding

‘Werken in de praktijk’ beslaat 30 EC van de startbekwaamfase.
In de 840 uur die deze 30 EC uitmaken volg je colleges, krijg je supervisie, loop je stage en maak je beroepsproducten. Alles staat in het teken van het behalen van de competenties die nodig zijn om een professional te worden. De competenties zijn verwerkt in de verschillende beroepsproducten die je gaat maken en komen aan de orde in de stage.

De student is aanwezig bij de werkcolleges en bereidt de diverse opdrachten op tijd voor.
Tijdens de colleges is de student actief betrokken en geeft zhij feedback op het werk van medestudenten.
De student levert de diverse onderdelen in op de daartoe aangegeven inlevermomenten.

Je maakt een portfolio t.b.v. het afsluitend assessment waarin de volgende onderdelen zijn opgenomen:
Beroepsproduct Verandertraject - Advies veranderingstraject
Beroepsproduct Liturgie – verslag performance
Beroepsproduct Werken met groepen – verslag performance
Beroepsproduct Levensbeschouwelijke gespreksvoering – Analyse gespreksverslag
Evaluatie stagebegeleider
Urenverantwoording met terugblik
Beoordeling supervisor

Stage, supervisie, werkcollege en practicum

  • Is in staat om enerzijds de bronnen van de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarva (20%)
  • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit op een bewuste, doelgerichte, procesmatige en systematische wijze (samen) te werken aan verandering. (10%)
  • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit te reflecteren op attitude, identiteit en handelen in beroepssituaties en om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen. (10%)
  • Is in staat om adequaat en doelgroepgericht te communiceren met individuen, groepen, organisaties en in netwerken, zowel mondeling als schriftelijk, verbaal als non-verbaal, waar van toepassing ook in de specifieke context van een viering of ritueel. (10%)
  • Is in staat om mensen, individueel en groepsgewijs, vanuit een contextuele optiek en op hermeneutisch verantwoorde wijze te ondersteunen in het omgaan met religieuze en levensvragen in zeer uiteenlopende situaties. (10%)
  • Is in staat om zorg te dragen voor de organisatorische zaken die samenhangen met het werken in of vanuit de rooms-katholieke kerk, instelling en ook in meer dynamische contexten waaronder in vrijgevestigde praktijken. (10%)
  • Is in staat om samen te werken met collega’s en andere betrokkenen of doelgroepen, zowel binnen als buiten de rooms-katholieke kerk. (10%)
  • Is in staat om individuen (professionals en vrijwilligers), groepen, (geloofs)gemeenschappen en organisaties dienstbaar te leiden en te begeleiden op religieus en/of levensbeschouwelijk gebied, gericht op doelen die samenhangen met identiteit. (10%)
  • Is in staat om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het beroep en de beroepsmethodiek met gebruikmaking van praktijkgericht onderzoek. (10%)

Ba GPW

  • 1.2 Pastoraat:
    - conceptuele en methodische kennis van het levensbeschouwelijk gesprek;
    - theorie van gespreksvoering, rituelen in het pastoraat, presentietheorie
    - kennis van stromingen: contextueel pastoraat, bevrijdingspastoraat, levensbeschouwelijke counseling, kerygmatisch pastoraat
  • 1.3 Diakonaat:
    - wezen en geschiedenis van diakonaat
    - functies van diakonaat
    - actuele ontwikkelingen op diakonaal terrein
  • 1.4 Missionair werk:
    - missionaire presentie ,
    - interreligieuze gespreksvoering - apologetiek
  • 1.5 Godsdienstpedagogiek:
    - kennis van jeugdcultuur, geloofsbeleving van jongeren
    - inzicht in verschillende benaderingen van geloofseducatie met jongeren en volwassenen (mystagogiek, gemeentepedagogiek, levenslang leren, discipelschapmodel) - kennis van geloofsontwikkeling
    - inzicht in voorbereiding en uitvoering van educatieve trajecten, methodes en methodieken
    - kennis van ontwikkelingen in jeugd- en jongerenwerk
  • 1.6 Liturgie en ritueel
    - kennis van liturgie en ritueel in de eigen traditie
    - doordenking van de functie van rituelen in godsdienst in het algemeen
    - kennis van bronnen en methoden voor liturgische en/of rituele vormgeving van belangrijke levensmomenten
  • 2.1 Persoon en professie
    - kennis van gendervraagstukken in relatie tot religie en de eigen genderpositie in het werk
    - kennis van diverse reflectiemethoden
    -kennis van vormen en methoden van spirituele vorming en praktijken met het oog op de eigen spirituele vorming
    - algemene kennis van ICT- gebruik en ICT- vaardigheden en gebruik sociale media
  • 2.3 Werkveld GPW
    - kennis van beroepenveld
    - netwerken
    - samenwerken met andere disciplines - omgaan met een organisatiecontext
  • 2.4 Theologie als ambacht
    - kennis van de theologische disciplines
    - zicht op het eigene van hbo-theologie, met name op de toepasbaarheid van theologische inhouden in de beroepspraktijk
    -kennis en elementaire beheersing van methoden van kwalitatief en kwantitatief (theologisch) onderzoek
    - ontwikkeling van onderzoeksvaardigheden en een onderzoeksattitude die past bij de professionele beroepspraktijk van de hbo-theoloog en het niveau van beroepsmatig handelen dat van hem of haar wordt verwacht.
  • 3.1 Kennis van bronteksten van de eigen traditie
    - inleidingsvragen
    - theologie O.T en N.T. c.q. kerkelijke traditie, Koran et cetera,
    - basiskennis van inhoud en genres (o.a. poëzie, profetie, apocalyptiek)
  • 4.3 Ethiek
    - levensbeschouwelijke ethiek - wijsgerige ethiek
    - verbinding en grenzen geloof en ethiek, zorgethiek.
    - beroepsethiek: pastoraat en macht, gender, beroepscode
  • 4.4 Godsdienstpsychologie
    - functionele en substantiële dimensies van godsdienst en religie
    - levensbeschouwing en spiritualiteit
    - intrinsieke en extrinsieke motivatie
    - psychologische stromingen en godsdienst
    - ervaring en geloof, voorwaarden voor een religieuze ervaring - effecten religieuze ervaring
    - elementaire kennis van psychopathologie en psychosomatische factoren
  • 4.5 Godsdienstsociologie
    - kennis van organisatievormen, godsdienstsociologische theorieën en concepten
  • 5.1 Hermeneutiek
    - kennis van hermeneutische theorieën en methoden, taaltheorie
    - inzicht in de methodiek van het leggen van verbanden tussen de religieuze traditie en de actuele situatie
  • 5.2 Kunst en cultuur
    - kennis van doorwerking religieuze tradities in kunst en cultuur in heden en verleden
  • 5.3 Interlevensbeschouwelijke communicatie
    - het onderscheiden van de specifieke kenmerken van intra- religieuze en interreligieuze communicatie
    - kennis van verschillende culturen,
    - kennis van voorwaarden voor en methoden van dialoog
 

Ba GPW

  • A.1 Het vermogen om enerzijds de bronnen van een specifieke religieuze gemeenschap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarvan passend te handelen.
  • A.2 Het vermogen om vanuit een specifieke religieuze gemeen-schap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit op een bewuste, doelgerichte, procesmatige en systematische wijze (samen) te werken aan verandering.
  • A.3 Het vermogen om vanuit een specifieke religieuze gemeenschap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit te reflecteren op attitude, identiteit en handelen in beroepssituaties en om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen.
  • A.4 Het vermogen om adequaat en doelgroepgericht te communiceren met individuen, groepen, organisaties en in netwerken, zowel mondeling als schriftelijk, verbaal als non-verbaal, waar van toepassing ook in de specifieke context van een viering of ritueel.
  • A.5 Het vermogen om mensen, individueel en groepsgewijs, vanuit een contextuele optiek en op hermeneutisch verantwoorde wijze te ondersteunen in het omgaan met religieuze en levensvragen in zeer uiteenlopende situaties.
  • B.1 Het vermogen om zorg te dragen voor de organisatorische zaken die samenhangen met het werken in of vanuit een (kerkelijke) organisatie, instelling en ook in meer dynamische contexten waaronder in vrijgevestigde praktijken.
  • B.2 Het vermogen om samen te werken met collega’s en andere betrokkenen of doelgroepen, zowel binnen als buiten de (kerkelijke of levensbeschouwelijke) organisatie.
  • B.3 Het vermogen om individuen (professionals en vrijwilligers), groepen, (geloofs)gemeenschappen en organisaties dienstbaar te leiden en te begeleiden op religieus en/of levensbeschouwelijk gebied, gericht op doelen die samenhangen met identiteit.
  • B.4 Het vermogen om een bijdrage te leveren aan de ontwikke-ling van het beroep en de beroepsmethodiek met gebruik-making van praktijkgericht onderzoek.

Je kunt aan jaar 4 beginnen als je jaar 3 hebt afgerond aan het begin van dit studiejaar. Als je nog vakken hebt openstaan, moet in elk geval de stage zijn afgerond en moet je toestemming hebben van de examencommissie.
Je loopt vanaf 1 oktober stage (of hebt een andere relevante beroepspraktijk)

Opdrachten, reflectieverslagen, presentaties, leerverslagen

Zie hiervoor de studiewijzers.

Dit verschilt per studieonderdeel. Zie de studiewijzer.

Alle onderdelen en formatieve toetsen moeten met een voldoende zijn beoordeeld.

  • Stageverslag
  • Onderzoeksverslag
  • Projectverslag
  • Toepassen

cijfer 1-10

Per onderdeel 10 werkdagen na de deadline.

Verplichte literatuur

Aanbevolen literatuur