Logo

Studiegids FHTL

19PBVKPG Kennismaken met de Praktijk Geestelijke begeleider

15 ec

voltijd: 222 cu (111 bijeenkomsten)
deeltijd: 84 cu (42 bijeenkomsten)

Ba GB jaar 1

Pastorale en liturgische theologie

Je maakt kennis met de studie en de praktijk van een geestelijk begeleider. Er zijn gastdocenten, je loopt een korte stage, je traint diverse studievaardigheden, je maakt beroepsproducten en je bereidt je voor op het assessment aan het eind van het jaar.
Tijdens de bijeenkomsten rond studievaardigheden en ter voorbereiding erop maak je opdrachten. Deze worden met name klassikaal besproken.
Je maakt kennis met de beroepsvelden onderwijs en geestelijke begeleiding. Gastdocenten geven inzicht in het veld waarin zij werkzaam zijn. Ter afsluiting schrijf je een verslag waarin je onder meer je eigen sterke punten verwerkt.
Je bereidt je voor op het assessment via onder meer reflectieverslagen; je stelt het portfolio samen en levert dat aan t.b.v. het assessment (digitaal).
Je krijgt colleges gespreksvaardigheden, waarin je een aantal elementaire gesprekstechnieken leert en oefent. In het vervolgcollege waarin je aan je beroepsproduct werkt, wordt deze kennis toegespitst op het beroep van geestelijk begeleider. In de stagecolleges leer je met een open en observerende houding de werkpraktijk tegemoet te treden.


Voor alle bijeenkomsten geldt: je hebt een open, sociale en actieve houding tijdens de bijeenkomsten. Dat betekent dat je de gevraagde opdrachten maakt en dat je deelneemt aan de gesprekken en oefeningen.
Onderdeel van je leerproces vormen het achterhalen van je sterke punten (via de Gallup-test en die als vertrekpunt nemen.
Je houd elke dag een logboek bij met korte aantekeningen. Dit is alleen voor jezelf. Aan de hand van het logboek houd je zicht op je leerontwikkeling en kun je je STARR-verslagen schrijven.
Veel stof zul je zelfstandig bestuderen. Dit ondervangt het verschil in studie-ervaring die er binnen de groep bestaat. Tijdens de bijeenkomsten gaat de docent ervan uit dat je bekend met de stof en deze kunt toepassen.

Van de student wordt een actieve bijdrage verwacht. Deelname aan de colleges is verplicht, tenzij anders vermeld. Voor specifieke informatie hierover wordt verwezen naar de studiehandleiding per periode.

Meewerken aan een veilig leerklimaat waarin alle studenten tot hun recht kunnen komen.

De student maakt een drietal producten die onderdeel zijn van het portfolio:
periode 1 een reflectieverslag over beroep en studie
periode 2 een stageverslag
periode 3 een beroepsproduct

Training

  • Onthouden: Noemt de do’s en dont’s van levensbeschouwelijke gespreksvoering.
  • Onthouden: Beschrijft observaties op een feitelijke en zo neutraal mogelijk manier.
  • Onthouden: Omschrijft de begrippen symbool en ritueel.
  • Onthouden: Formuleert het onderscheid tussen communicatie op inhouds- en op betrekkingsniveau.
  • Onthouden: Beschrijft adequaat de organisatiecontext van de stageplek.
  • Begrijpen: Omschrijft adequaat het werkterrein van de stageplek en formuleert een perspectief op zichzelf binnen het beroep van geestelijk begeleider.
  • Begrijpen: Legt uit wat levensbeschouwelijke vragen zijn en herkent de behandeling van levensbeschouwelijke vragen in de stagepraktijk.
  • Begrijpen: Is zich bewust van de eigen spiritualiteit en kan deze rudimentair verwoorden.
  • Begrijpen: Onderscheidt op basisniveau de katholieke spiritualiteit van andere vormen van spiritualiteit.
  • Toepassen: Draagt verantwoordelijkheid in de samenwerking met medestudenten, bewaakt de doelstelling van opdrachten en werkzaamheden en neemt initiatief om deze te bereiken.
  • Toepassen: Laat zien verantwoordelijkheid te nemen en afspraken na te komen op de stageplek en in de samenwerking met anderen bij de voorbereiding van de beroepsproducten.
  • Toepassen: Onderscheidt en hanteert verschillende typen interventies in gespreksvoering en maakt onderscheid tussen vriendschappelijk en hulpverlenend gesprek.
  • Toepassen: Organiseert de eigen studie en stage, werkt planmatig en doelgericht en neemt daarmee verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces.
  • Toepassen: Drukt zich mondeling en schriftelijk begrijpelijk, correct en passend uit ook binnen sociale media rekening houdend met het beoogde publiek.
  • Toepassen: Formuleert de eigen motivatie voor de studiekeuze
  • Toepassen: Toont zich begripvol en empathisch naar mensen met andere overtuigingen of standpunten.
  • Analyseren: Onderzoekt praktijksituaties met behulp van een eenvoudige reflectiemethode.
  • Synthetiseren (oud): Maakt een beroepsproduct waarin de kennis m.b.t. geestelijke begeleiding op begrijpelijke, communicatief op de doelgroep toegesneden wijze verwerkt wordt.
  • Evalueren: Reflecteert op eigen studie en leerstijl. & Toont zich bereid en in staat kritisch naar zichzelf te kijken en om te gaan met feedback.

Klik hier voor de toetsmatrijs.

Ba GB

  • 1 III b Kennis van praktisch-theologische methoden en/of methoden van theologische reflectie en/of cultuurhermeneutiek.
  • 2 b Kennis van groepsdynamica.
  • 3 a Kennis van reflectie- en intervisiemethoden.
  • 3 b Kennis van vormen, methoden en praktijken van spirituele vorming met het oog op de eigen spirituele ontwikkeling.
  • 3 c Kennis van studievaardigheden en leerstijlen.
  • 4 a Kennis van basisprincipes van communicatie, in het bijzonder van interculturele en levensbeschouwelijke communicatie en interreligieuze dialoog.
  • 4 b Kennis van rituelen, symbolen en vormen van vieringen.
  • 5 a Kennis van methoden en stromingen van pastorale / geestelijke begeleiding (incl. levensbeschouwelijke coaching).
  • 5 b Kennis van gesprekstechnieken.
  • 7 b Kennis van aspecten van samenwerking en interactie.
  • 8 a Kennis van diverse stijlen van en rollen in leiderschap.
  • 9 b Kennis van de beroepsidentiteit van de hbo-theoloog.
 

Ba GB

  • A.1 Het vermogen om enerzijds de bronnen van een specifieke religieuze gemeenschap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarvan passend te handelen.
  • A.1.d Heeft inzicht in de eigen referentiekaders en in die van anderen.
  • A.2 Het vermogen om vanuit een specifieke religieuze gemeen-schap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit op een bewuste, doelgerichte, procesmatige en systematische wijze (samen) te werken aan verandering.
  • A.2.a Analyseert bestaande situaties samen met betrok-kenen en maakt op basis van de analyse een samen-hangend ontwerp/plan ter verbetering, dan wel een ontwerp/plan hoe present te zijn indien verbetering niet mogelijk lijkt.
  • A.2.b Stelt evaluatiecriteria op en reflecteert regelmatig op product en proces van uitvoering, daarbij gebruik makend van de feedback van hen die begeleid wor-den en andere betrokkenen.
  • A.2.c Appelleert aan het zelf oplossend vermogen van hen die begeleid worden en hun netwerk en maakt mensen bewust van hun individuele situatie en hun rol in geloofsgemeenschappen of andere sociale verbanden.
  • A.2.f Gaat op een professionele en oplossingsgerichte wijze om met weerstanden; durft te confronteren en te corrigeren, verzoent en stimuleert.
  • A.3 Het vermogen om vanuit een specifieke religieuze gemeenschap en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit te reflecteren op attitude, identiteit en handelen in beroepssituaties en om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen.
  • A.3.a

    Toont de volgende kernkwaliteiten:

    • levensbeschouwelijk sensitief
    • integer en authentiek
    • enthousiast en overtuigend
    • communicatief en samenwerkend
    • verantwoordelijk
    • reflexief ten aanzien van eigen (geloofs)aannames
  • A.3.d Reflecteert op de eigen religieuze en spirituele ontwikkeling.
  • A.3.e Toont relativeringsvermogen en kent zijn grenzen.
  • A.4 Het vermogen om adequaat en doelgroepgericht te communiceren met individuen, groepen, organisaties en in netwerken, zowel mondeling als schriftelijk, verbaal als non-verbaal, waar van toepassing ook in de specifieke context van een viering of ritueel.
  • A.4.a Maakt gebruik van symbolen, beelden en voorbeelden om levensbeschouwelijke onderwerpen ter sprake te brengen en uit te leggen.
  • A.4.d Schrijft heldere teksten met een duidelijke structuur en opbouw.
  • A.4.f Kiest de juiste communicatie passend bij de doel-groep en maakt daarbij gebruik van informatie- en communicatietechnologie.
  • A.5 Het vermogen om mensen, individueel en groepsgewijs, vanuit een contextuele optiek en op hermeneutisch verantwoorde wijze te ondersteunen in het omgaan met religieuze en levensvragen in zeer uiteenlopende situaties.
  • A.5.a Hanteert het onderscheid tussen een gewoon ge-sprek, hulpverlening en geestelijke begeleiding/pastoraat.
  • A.5.c Hanteert verschillende pastorale gesprekstechnieken gericht op geestelijke begeleiding en stelt adequate diagnoses.
  • B.1 Het vermogen om zorg te dragen voor de organisatorische zaken die samenhangen met het werken in of vanuit een (kerkelijke) organisatie, instelling en ook in meer dynamische contexten waaronder in vrijgevestigde praktijken.
  • B.2 Het vermogen om samen te werken met collega’s en andere betrokkenen of doelgroepen, zowel binnen als buiten de (kerkelijke of levensbeschouwelijke) organisatie.
  • B.2.a Bevordert brede samenwerking, zowel met professionals als met vrijwilligers, en werkt in teamverband.
  • B.3 Het vermogen om individuen (professionals en vrijwilligers), groepen, (geloofs)gemeenschappen en organisaties dienstbaar te leiden en te begeleiden op religieus en/of levensbeschouwelijk gebied, gericht op doelen die samenhangen met identiteit.
  • B.3.a Draagt verantwoordelijkheid voor en geeft transparant, integer en dienstbaar leiding aan geloofs-en zingevingsprocessen bij individuen en groepen.
  • B.3.b Is zich bewust van de voorbeeldfunctie die een leider heeft en handelt hier ook naar.
  • B.3.c Delegeert effectief taken met daarbij behorende verantwoordelijkheden.
  • B.4.a Heeft een eigen visie op het beroep, op basis van theologische inzichten, eigen levensovertuiging en ervaringen in de beroepsuitoefening.
  • B.4.b Onderzoekt de eigen beroepspraktijk en/of de voorwaarden voor de eigen beroepsuitoefening en vertaalt de bevindingen in consequenties voor het eigen handelen en dat van andere betrokkenen in deze beroepspraktijk.

Opdrachten, reflectieverslagen, presentaties, leerverslagen

Periode 1: reflectieverslag
Periode 2: stageverslag
Periode 3: beroepsproduct

eind van de periode 1, 2 en 3

Bij onvoldoende volgt een bindend advies voor studievoortgang, bij voldoende of meer is er geen bindend advies

  • Assessment
  • Onthouden
  • Begrijpen
  • Toepassen
  • Analyseren
  • Synthetiseren (oud)
  • Evalueren

woordbeoordeling

10 werkdagen

Verplichte literatuur

  • Beurskens, E., Van der Linde, M., & Baart, A. (2020), ), Praktijkboek presentie. Bussum: Coutinho (aanschaffen)
  • Dijkstra, J. (2007), Gespreksvoering bij geestelijke verzorging.. Soest: Nelissen (aanschaffen)
  • Ende, J. van der (2017), Snelle start in het hbo. Taal- en studievaardigheden . Coutinho (aanschaffen)
  • Lang,G. & Van der Molen, H.T. (2020), Psychologische gespreksvoering. Amsterdam: Boom, 18e herziene druk (aanschaffen)
  • Rath, T. (2018), Ontdek je sterke punten 2.0 Een revolutionaire programma om unieke talenten te ontwikkelen. Spectrum, NIET 2ehands aanschaffen! (aanschaffen)
  • Rijksen & Van Heijst (1999), Levensvragen in de hulpvraag. Uitgeverij Damon (aanschaffen)

Aanbevolen literatuur

  • Braas C.W.P. , J.S. Kat, I. Ville (2010), Presenteren. Noordhoff Uitgevers B.V., 5e druk
 

 

Toetsmatrijs 2022 - 2023

beoord. niveauleerdoeltoetsitemweging
Onthouden Noemt de do’s en dont’s van levensbeschouwelijke gespreksvoering. (Ba GB: Pastoraal competent/ competent in geestelijke begeleiding ) (0%)
Onthouden Beschrijft observaties op een feitelijke en zo neutraal mogelijk manier. (Ba GB: Communicatief competent ,Competent in professionaliseren ) (0%)
Onthouden Omschrijft de begrippen symbool en ritueel. (Ba GB: Communicatief competent ) (0%)
Onthouden Formuleert het onderscheid tussen communicatie op inhouds- en op betrekkingsniveau. (Ba GB: Communicatief competent ) (0%)
Onthouden Beschrijft adequaat de organisatiecontext van de stageplek. (Ba GB: Agogisch competent ) (0%)
Begrijpen Omschrijft adequaat het werkterrein van de stageplek en formuleert een perspectief op zichzelf binnen het beroep van geestelijk begeleider. (Ba GB: Competent in professionaliseren ) (0%)
Begrijpen Legt uit wat levensbeschouwelijke vragen zijn en herkent de behandeling van levensbeschouwelijke vragen in de stagepraktijk. (Ba GB: Hermeneutisch competent ) (0%)
Begrijpen Is zich bewust van de eigen spiritualiteit en kan deze rudimentair verwoorden. (Ba GB: Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ) (0%)
Begrijpen Onderscheidt op basisniveau de katholieke spiritualiteit van andere vormen van spiritualiteit. (Ba GB: Hermeneutisch competent ) (0%)
Toepassen Draagt verantwoordelijkheid in de samenwerking met medestudenten, bewaakt de doelstelling van opdrachten en werkzaamheden en neemt initiatief om deze te bereiken. (Ba GB: Agogisch competent ,Competent in leidinggeven ) (0%)
Toepassen Laat zien verantwoordelijkheid te nemen en afspraken na te komen op de stageplek en in de samenwerking met anderen bij de voorbereiding van de beroepsproducten. (Ba GB: Competent in samenwerken ) (0%)
Toepassen Onderscheidt en hanteert verschillende typen interventies in gespreksvoering en maakt onderscheid tussen vriendschappelijk en hulpverlenend gesprek. (Ba GB: Pastoraal competent/ competent in geestelijke begeleiding ) (0%)
Toepassen Organiseert de eigen studie en stage, werkt planmatig en doelgericht en neemt daarmee verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces. (Ba GB: Competent in organiseren en innoveren ) (0%)
Toepassen Drukt zich mondeling en schriftelijk begrijpelijk, correct en passend uit ook binnen sociale media rekening houdend met het beoogde publiek. (Ba GB: Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ) (0%)
Toepassen Formuleert de eigen motivatie voor de studiekeuze (Ba GB: Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ,Competent in professionaliseren ) (0%)
Toepassen Toont zich begripvol en empathisch naar mensen met andere overtuigingen of standpunten. (Ba GB: Communicatief competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ) (0%)
Analyseren Onderzoekt praktijksituaties met behulp van een eenvoudige reflectiemethode. (Ba GB: Agogisch competent ,Competent in professionaliseren ) (0%)
Synthetiseren (oud) Maakt een beroepsproduct waarin de kennis m.b.t. geestelijke begeleiding op begrijpelijke, communicatief op de doelgroep toegesneden wijze verwerkt wordt. (Ba GB: Communicatief competent ) (0%)
Evalueren Reflecteert op eigen studie en leerstijl. & Toont zich bereid en in staat kritisch naar zichzelf te kijken en om te gaan met feedback. (Ba GB: Agogisch competent ,Competent in persoonlijke en spirituele ontwikkeling ) (0%)