Logo

Studiegids FHTL

19PPTIPT Inleiding praktische theologie

5 ec

voltijd: 44 cu (22 bijeenkomsten)
deeltijd: 26 cu (13 bijeenkomsten)

Ba GB jaar 1
Ba DRL jaar 1

Pastorale en liturgische theologie

Praktische Theologie is een onderzoeksmethode om vanuit een praktische vraag te komen tot een verbeterde manier van handelen. Er wordt in groepjes gewerkt. Met het groepje ontwikkel je een onderzoeksvoorstel. Je kiest met elkaar een doelgroep en onderzoekt tegen welke ongewenste situatie die doelgroep aanloopt. Naast het leren van de onderzoeksmethode ontdek je ook meer over wat (praktische) theologie inhoudt en kan betekenen voor het dagelijks leven van mensen.
In dit college werk je met name aan je onderzoekend vermogen en aan de competentie van samenwerken.

Van de studenten wordt op de eerste plaats verwacht dat zij de lesstof hebben gelezen. In de colleges wordt verondersteld daar de gelezen stof paraat is en/of de student daar vragen over heeft geformuleerd..
Daarnaast zal er in de les gebruik gemaakt worden van opdrachten, die in het college zelf worden uitgevoerd. Deze opdrachten staan in het boek geformuleerd. Verwacht wordt dat de student actief hieraan meedoet.

Werkcollege

  • Begrijpen: De student legt in eigen woorden uit wat de context is waarin de praktische theologie vandaag de dag zich begeeft (o.a. individualisering) (20%)
  • Toepassen: De student past de methode van praktische theologie toe op een situatie/ thema uit de dagelijkse praktijk (50%)
  • Ontvangen: De student laat zien in staat te zijn in groepsverband tot een samenwerking te komen, waarin hij/zij afspraken nakomt en verantwoordelijkheid neemt voor het totale leerproces. (30%)

Klik hier voor de toetsmatrijs.

Ba GB

  • 1 III b Kennis van praktisch-theologische methoden en/of methoden van theologische reflectie en/of cultuurhermeneutiek.
  • 7 b Kennis van aspecten van samenwerking en interactie.
  • 9 a Kennis van methoden en rapportage van praktijkgericht (theologisch) onderzoek.

Ba DRL

  • 1.1 Kennis van en inzicht in religie in de diverse wetenschappelijke benaderingen en culturele contexten; zoals Bijbelwetenschappen en systematische theologie, en vakken als godsdienstwijsbegeerte, religiegeschiedenis en godsdienstsociologie.
  • 8.1 Kennis van en inzicht in de plaats van het vak in de culturele, historische en maatschappelijke context.
    Toepassing van levensbeschouwelijke, religieuze of religiewetenschappelijke optiek op basis van informatie en argumenten.
  • 8.6 Kennis van en inzicht in de plaats van het vak G/L in zijn context van school en cultuur. Toepassing van daaruit door een bijdrage te kunnen leveren aan de school(organisatie).
 

Ba GB

  • A.1.a Legt op methodische wijze verbanden (theoretische en praktische) tussen een specifieke religieuze tradi-tie en de actuele situatie.
  • A.2.a Analyseert bestaande situaties samen met betrok-kenen en maakt op basis van de analyse een samen-hangend ontwerp/plan ter verbetering, dan wel een ontwerp/plan hoe present te zijn indien verbetering niet mogelijk lijkt.
  • A.2.f Gaat op een professionele en oplossingsgerichte wijze om met weerstanden; durft te confronteren en te corrigeren, verzoent en stimuleert.
  • B.2 Het vermogen om samen te werken met collega’s en andere betrokkenen of doelgroepen, zowel binnen als buiten de (kerkelijke of levensbeschouwelijke) organisatie.
  • B.2.a Bevordert brede samenwerking, zowel met professionals als met vrijwilligers, en werkt in teamverband.
  • B.4 Het vermogen om een bijdrage te leveren aan de ontwikke-ling van het beroep en de beroepsmethodiek met gebruik-making van praktijkgericht onderzoek.

Ba DRL

  • 3.1.2 Samenwerken met collegas in - en waar relevant ook buiten - de eigen instelling en zijn professionele
    handelen waar nodig afstemmen met hen.
  • 3.1.3 Bijdragen leveren aan onderwijskundige ontwikkelingen door het raadplegen van bronnen, het inbrengen
    van informatie en kritische bijdragen aan oordeelsvorming en het oplossen van praktijkproblemen.
  • 3.4.A2 Hij heeft kennis van agogische en pedagogische theorieen en methodieken, die voor zijn onderwijspraktijk
    relevant zijn en kan die betrekken op zijn pedagogisch handelen.
  • 3.4.B1 Hij kan groepsprocessen sturen en begeleiden.
  • 3.4.B3 Hij kan ruimte scheppen voor leren, inclusief het maken van vergissingen en fouten.
  • 3.4.B4 Hij kan verwachtingen duidelijk maken en eisen stellen aan leerlingen.

cijfer

  • Werkstuk
  • Begrijpen
  • Toepassen
  • Ontvangen

cijfer 1-10

15 werkdagen na inlevering van het gemaakte werk

Verplichte literatuur

  • Dillen, A en Gärtner, S (2015), Praktische theologie. Tielt: Lannoo (aanschaffen)

Aanbevolen literatuur

 

 

Toetsmatrijs 2023 - 2024

beoord. niveauleerdoeltoetsitemweging
Begrijpen De student legt in eigen woorden uit wat de context is waarin de praktische theologie vandaag de dag zich begeeft (o.a. individualisering) (Ba GB: Hermeneutisch competent Ba DRL: Vakinhoudelijk bekwaam ) (20%)
Toepassen De student past de methode van praktische theologie toe op een situatie/ thema uit de dagelijkse praktijk (Ba GB: Competent in organiseren en innoveren Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Professionele basis voor goed leraarschap ) (50%)
Ontvangen De student laat zien in staat te zijn in groepsverband tot een samenwerking te komen, waarin hij/zij afspraken nakomt en verantwoordelijkheid neemt voor het totale leerproces. (Ba GB: Competent in samenwerken Ba DRL: Pedagogisch bekwaam ,Professionele basis voor goed leraarschap ) (30%)