Logo Fontys Hogeschool Theologie LevensbeschouwingInspiratiesite Lessen Levensbeschouwing

Bachelor Geestelijk begeleider

propedeuse

Het eerste jaar van de studie dient om vast te stellen of de student geschikt is om de studie te volgen. In deze fase ori√ęnteert de student zich op het mogelijke beroep. Hij toont aan dat hij in staat is de studie goed te organiseren en het niveau van de studie aan te kunnen.

Studiejaar 2019-2020

  • Semester 1
    • De student maakt kennis met de Bijbel als religieuze bron.
  • 19PBWBEW De Bijbel en zijn wereld
    WS,KT
    5ec
    46cu
    • Studenten passen de kennis over geschiedschrijving toe op het handboek en onderwerpen eruit.
    • Zij zijn in staat het verworven inzicht over de behandelde onderwerpen helder, overzichtelijk en correct weer te geven.
    • Zij kunnen desgevraagd een historisch standpunt innemen, historische vragen stellen en bronnengebruik kritisch bevragen.
    • Zij hebben kennis van de geschiedenis van het christendom in grote lijnen (feitenkennis). Zij kennen diverse hoofdpersonen en situaties en kunnen die in hun historische context plaatsen en hun betekenis duiden (toepassen).
  • 19PKGGCH Geschiedenis van het christendom
    KT
    5ec
    46cu
    • De studenten werken samen aan het maken van een eindproduct op een constructieve manier en metvergelijkbare inzet als de anderen en kunnen feedback daarop meenemen in het werk.
    • Studenten verzamelen informatie over een historisch onderwerp uit de eerste acht eeuwen van de geschiedenis van het christendom.
    • De studenten werken samen aan het maken van een eindproduct op een constructieve manier en metvergelijkbare inzet als de anderen en kunnen feedback daarop meenemen in het werk.
    • De studenten werken samen aan het maken van een eindproduct op een constructieve manier en metvergelijkbare inzet als de anderen en kunnen feedback daarop meenemen in het werk.
    • Studenten passen de didactische theorieŽn en leertheorieŽn toe op het te maken didactisch materiaal.
  • 19PKGIDR Inleiding docent religie levensbeschouwing
    OT
    5ec
    48cu
    • Presentatievaardigheden: De student past technieken van mondelinge presentatievaardigheden toe, met als doel de eigen presentatievaardigheid op een hoger niveau te brengen.
    • Gespreksvaardigheden: kennis van de elementaire principes van psychologische gespreksvoering en deze kunnen toepassen.
    • Presentatievaardigheden: De student past technieken van mondelinge presentatievaardigheden toe, met als doel de eigen presentatievaardigheid op een hoger niveau te brengen.
    • Presentatievaardigheden: de student onderzoekt zijn/ haar eigen taalniveau, staat open voor feedback op zijn of haar schriftelijk taalgebruik en neemt stappen om tot verbetering te komen.
    • Presentatievaardigheden: De student past technieken van mondelinge presentatievaardigheden toe, met als doel de eigen presentatievaardigheid op een hoger niveau te brengen.
    • Presentatievaardigheden: de student onderzoekt zijn/ haar eigen taalniveau, staat open voor feedback op zijn of haar schriftelijk taalgebruik en neemt stappen om tot verbetering te komen.
  • 19PBVCOM Communicatieve vaardigheden
    LV,PR,WS
    3ec
    68cu
    • Je krijgt zicht op een mogelijk toekomstig beroep.
  • 19PBVSLB Studieloopbaanbegeleiding jaar 1
    AS,LV
    4ec
    92cu
  • 19PSWISW Inleiding sociale wetenschappen
    KT
    5ec
    46cu
    • De student heeft een basiskennis van het jodendom, islam, hindoeÔsme en boeddhisme
    • De student kent de verschillen tussen theologie en religiewetenschap
    • De student maakt kennis met definities van religie en vormt zijn eigen definitie
    • De student kan actuele religieuze fenomenen duiden
  • 19PRWIWR Inleiding wereldreligies
    KT
    5ec
    46cu
  •  
     
    32ec
    392cu
  • Semester 2
    • Je leest met gebruikmaking van de theologische concepten uit de lesstof van het college een aantal klassieke theologische teksten
    • Je legt uit hoe de christelijke theologie reflecteert op Triniteit, kerk, sacramenten en eschatologie
    • Je ordent de centrale geloofsgeheimen en brengt deze met elkaar in verbinding
    • Je benoemt de grote thema's uit de christelijke theologie zoals godsbeelden, schepping, openbaring, kwaad, menswording, verlossing, triniteit, kerk, sacramenten en eschatologie
    • Je legt uit hoe openbaring en ervaring en hoe schrift en traditie zich tot elkaar verhouden
    • Je definieert theologie en benoemt de overeenkomsten en verschillen tussen theologie en religiewetenschappen
  • 19PRSTICT Inleiding christelijke theologie
    KT
    5ec
    46cu
    • Studenten hebben hun eigen Godsbeeld ter beschikking en kunnen dit op vruchtbare wijze hanteren binnen het levensbeschouwelijke gesprek.
    • Studenten herkennen levensbeschouwelijke thema's in een gesprek.
    • Studenten kunnen formuleren wat het verschil is tussen geestelijke begeleiding en psychotherapie
    • de student kan de grondbeginselen van het levensbeschouwelijke gesprek formuleren en toepassen.
    • Studenten kunnen benoemen wat de functie is van rituelen in de geestelijke begeleiding en zijn in staat zelf rituelen in te zetten.
    • Studenten werken samen aan een opdracht.
  • 19PSTIGB Inleiding geestelijk begeleider
    PR,WS
    5ec
    48cu
    • Studenten benoemen in eigen woorden wat zij zien als de context waarin de praktische theologie zich begeeft (o.a. individualisering)
    • Studenten passen de methode van praktische theologie toe op een situatie/ thema uit de dagelijkse praktijk
  • 19PPTITB Inleiding theologie van de beroepspraktijk
    WS
    5ec
    44cu
    • De studenten reflecteren op hun eigen vooronderstellingen. Studenten reproduceren de grote thema's van de filosofie. Zij verbinden filosofisch denken met de andere modulen van de opleiding en de praktijken waarvoor wordt opgeleid.
  • 19PWBIFI Inleiding filosofie
    KT
    5ec
    46cu
    • De student past een vorm van systematische observatie toe op de stageplaats. De student schrijft een exposureverslag. De student voert een oriŽnterende stage uit in zijn/haar afstudeerrichting.
    • Studenten leren enkele fundamentele begrippen die relevant zijn voor het doen van onderzoek en passen deze toe.
  • 19PBVSPR Stage propedeuse
    LV,ST,WS
    3ec
    28cu
    • De student bepaalt de eigen positie ten opzichte van de verschillende spiritualiteit
    • De student maakt kennis met diverse vormen van spiritualiteit die h/zij als theoloog in de praktijk kan tegenkomen, zowel traditionele als nieuwe vormen.
  • 19PSPISP Inleiding Oosterse en Westerse spiritualiteit
    KT,PR,LV
    5ec
    44cu
  •  
     
    28ec
    256cu

hoofdfase

In het tweede en derde jaar gaat het er om dat de student aantoont geschikt te zijn voor de uitoefening van het beroep waarvoor de opleiding opleidt. In onder meer stage en trainingen bewijst de student deze geschiktheid.

Studiejaar 2020-2021

  • Semester 1
    • De student plaatst de Tora, de Vroege Profeten en de Geschriften (TeNaCh) bijbels-theologisch binnen de Bijbel en relateert de bijbelboeken aan elkaar.
    • De student is in staat zelf een perikoop te exegetiseren, bijvoorbeeld aan de hand van narratieve analyse.
    • De student plaatst de Tora, de Vroege Profeten en de Geschriften (TeNaCh) bijbels-theologisch binnen de Bijbel en relateert de bijbelboeken aan elkaar.
    • De student beschrijft de inhoud van de Tora, Profeten en Geschriften.
    • De student is in staat zelf een perikoop te exegetiseren, bijvoorbeeld aan de hand van narratieve analyse.
    • De student plaatst de Tora, de Vroege Profeten en de Geschriften (TeNaCh) bijbels-theologisch binnen de Bijbel en relateert de bijbelboeken aan elkaar.
    • De student beschrijft de inhoud van de Tora, Profeten en Geschriften.
    • Je hebt een basisbagage van teksten om te kunnen gebruiken bij rituelen en levensbeschouwelijke gesprekken.
  • 19HBWOTE Oude Testament
    LV,WS
    5ec
    32cu
    • Je bent in staat om een tekst van een kerkvader samen te vatten en in zijn historische context te plaatsen. Je trekt conclusies op basis van die tekst en de context over het belang ervan voor de tijd waarin de tekst is geschreven. Je weet de waarde voor d
    • Je leert door lezing van oudchristelijke teksten reflecteren op de wijze waarop in het vroege christendom het geloof werd overgedragen in woord en daad. Je kunt het gedachtegoed van de kerkvaders interpreteren en je kunt benoemen wat de bijdrage ervan kan
    • Je kunt uitleggen in grote lijnen op welke wijze het vroegchristelijk denken zich in de context van de toenmalige samenleving heeft ontwikkeld. Je maakt door gericht tekstlezing kennis met de ideeŽn van de kerkvaders en de wijze waarop zij in de dagelijks
    • Je bent in staat om een tekst van een kerkvader samen te vatten en in zijn historische context te plaatsen. Je trekt conclusies op basis van die tekst en de context over het belang ervan voor de tijd waarin de tekst is geschreven. Je weet de waarde voor d
    • Je leert door lezing van oudchristelijke teksten reflecteren op de wijze waarop in het vroege christendom het geloof werd overgedragen in woord en daad. Je kunt het gedachtegoed van de kerkvaders interpreteren en je kunt benoemen wat de bijdrage ervan kan
    • Je kunt uitleggen in grote lijnen op welke wijze het vroegchristelijk denken zich in de context van de toenmalige samenleving heeft ontwikkeld. Je maakt door gericht tekstlezing kennis met de ideeŽn van de kerkvaders en de wijze waarop zij in de dagelijks
    • Je bent in staat om een tekst van een kerkvader samen te vatten en in zijn historische context te plaatsen. Je trekt conclusies op basis van die tekst en de context over het belang ervan voor de tijd waarin de tekst is geschreven. Je weet de waarde voor d
    • Je leert door lezing van oudchristelijke teksten reflecteren op de wijze waarop in het vroege christendom het geloof werd overgedragen in woord en daad. Je kunt het gedachtegoed van de kerkvaders interpreteren en je kunt benoemen wat de bijdrage ervan kan
    • Je kunt uitleggen in grote lijnen op welke wijze het vroegchristelijk denken zich in de context van de toenmalige samenleving heeft ontwikkeld. Je maakt door gericht tekstlezing kennis met de ideeŽn van de kerkvaders en de wijze waarop zij in de dagelijks
  • 19HKGVCH Vroege christendom
    WS,KT,PR
    5ec
    32cu
    • Studenten benoemen de vragen waar de behandelde filosofen over hebben nagedacht.
    • Studenten lezen een tekst en verwoorden de inhoud adequaat.
    • Studenten lezen een tekst en verwoorden de inhoud adequaat.
  • 19HWBGFI Geschiedenis van de filosofie
    KT
    3ec
    26cu
  • 19HFBSLA Studieloopbaanbegeleiding jaar 2
    LV
    1ec
    8cu
    • Basis kennis sociologie kunnen toepassen in de godsdienstsociologie, basis kennis psychologie kunnen toepassen in de godsdienstpsychologie
  • 19HSWGSP Godsdienstsociologie en -psychologie
     
    5ec
    32cu
    • de studenten hebben kennis van de grondbeginselen van het jodendom en de islam
    • de studenten verdiepen zich in het spanningsveld tussen ideaal en praktijk van religie en ontwikkelen daar een eigen visie op.
    • de studenten verwerven inzicht in de samenhang tussen geschiedenis en actuele uitingen van religie
  • 19HRWJIS Jodendom en Islam
    KT
    5ec
    34cu
    • De student beschikt over kennis van de centrale themaís, concepten en theorieŽn in het canoniek recht.
    • Student kan door onderwijs of literatuur aangereikte kennis correct en adequaat reproduceren, in eigen woorden samenvatten, en in nieuwe contexten toepassen.
  • 19HCRICR Inleiding canoniek recht
    KT
    5ec
    34cu
  •  
     
    29ec
    198cu
  • Semester 2
    • De student is op de hoogte van de verschillende visies op interreligieuze ontmoeting en op de katholieke visie in het bijzonder.
    • De student vormt en ontwikkelt een eigen visie op de kansen en uitdagingen van de (toekomst) van de dialoog, mede t.a.v. de beroepspraktijk.
    • De student is op de hoogte van de huidige oecumenische situatie en de huidige oecumenische dialogen.
    • De student is op de hoogte van de verschillende visies op interreligieuze ontmoeting en op de katholieke visie in het bijzonder.
    • De student vormt en ontwikkelt een eigen visie op de kansen en uitdagingen van de (toekomst) van de dialoog, mede t.a.v. de beroepspraktijk.
  • 19HSTIDO Interreligieuze dialoog en oecumene
    KT
    5ec
    32cu
    • Studenten leren enkele basisprincipes mbt individuele geestelijke begeleiding.
    • Studenten oefenen met verbatims uit de eigen stagepraktijk en leren zo handelingsalternatieven te formuleren.
  • 19HPTMGB Methoden van geestelijke begeleiding
    LV
    2ec
    16cu
    • De student kan een ritueel vormgeven rekening houdend met de betrokken personen, de ruimte, de tijd, de specifieke levensbeschouwelijke context.
    • De studenten herkent een ritueel, kent de samenhang tussen symbool, verhaal en handeling. De student legt verband leggen tussen liturgisch jaar, burgerlijk jaar en natuur/kosmisch jaar. De student heeft kennis van eigen levensbeschouwelijke achtergrond.
    • De student kan een specifiek ritueel begeleiden.
  • 19HPTVRI Vieren en rituelen
    WS
    2ec
    16cu
    • Je reflecteert op je beginpositie, je ontwikkeling tijdens de collegereeks en je positie aan het einde van de reek ten aanzien van wijsheidsliteratuur, zowel op persoonlijk niveau als in een toekomstige professionele context.
    • Je onderscheidt het genre wijsheidsliteratuur van andere bijbelse genres.
    • Je geeft aan wat de functie en (beoogde werking) is van het genre Wijsheidsliteratuur in het algemeen en in de bijbel in het bijzonder.
    • Je geeft functie en (mogelijke) werking van wijsheidsliteratuur voor vandaag de dag aan.
    • Je geeft functie en (mogelijke) werking van wijsheidsliteratuur voor vandaag de dag aan.
    • Je geeft functie en (mogelijke) werking van wijsheidsliteratuur voor vandaag de dag aan.
  • 19HBWBVW Bronnen van wijsheid
    WS,LV
    5ec
    32cu
  • 19HBWLHT Lezen van heilige teksten
     
    5ec
    32cu
    • De studenten reflecteren op hun eigen morele stellingname. de studenten verantwoorden op filosofische wijze hun morele stellingname.
    • De studenten reflecteren op hun eigen morele stellingname. de studenten verantwoorden op filosofische wijze hun morele stellingname.
    • De studenten reflecteren op hun eigen morele stellingname. de studenten verantwoorden op filosofische wijze hun morele stellingname.
  • 19HWBFET Filosofische ethiek
    WS
    5ec
    32cu
    • De leerdoelen worden door de student ism de stagecoŲrdinator vastgelegd in het stageplan.
  • 19HBVSG2 Stage 2 Geestelijk begeleider
    LV,MT
    6ec
    20cu
  •  
     
    30ec
    180cu

Studiejaar 2021-2022

  • Semester 1
    • Je onderscheidt de christologische visies uit de eerste eeuwen van het christendom en verbindt deze met christelijke kerkgenootschappen uit deze tijd
    • Je vertelt in eigen woorden de betekenis van het geloof in de drie-ene God voor de andere geloofsgeheimen van het christelijk geloof
    • Je beschrijft de verschillen een overeenkomsten tussen het spreken van de Bijbel en het spreken van de Koran over Jezus / Isa
    • Je beschrijft de christologische discussies uit de eerste eeuwen van het christendom
    • Je legt uit hoe analogie en appropriatie als taalhandelingen functioneren in het spreken over God de Drie-ene en hoe beide zich tot elkaar verhouden
    • Je benoemt enkele hedendaagse christologische en triniteitstheologische discussies
  • 19HSTTGO Theologische godsleer en christologie
    KT
    5ec
    34cu
  • 19HPTGDY Groepsdynamica
    CT
    2ec
    16cu
  • 19HPTLDI Levensbeschouwelijke didactiek
    PR,WS
    2ec
    16cu
    • De student kent de thema's, vragen en verhalen van het Nieuwe Testament en kan die toepassen en actualiseren. De student herkent Nieuw Testamentische them's in hedendaagse cultuur en muziek.
    • De student kent de thema's, vragen en verhalen van het Nieuwe Testament en kan die toepassen en actualiseren. De student herkent Nieuw Testamentische them's in hedendaagse cultuur en muziek.
  • 19HBWNTE Nieuwe Testament
    WS
    5ec
    32cu
    • De studenten leggen de diverse verbanden en ontwikkelingen uit over de verhouding Jodendom - Christendom, Wetenschap - Christendom en Arbeid - Christendom.
    • De studenten vatten de diverse ontwikkelingen samen en interpreteren de samenhang op een historisch verantwoorde manier.
    • De studenten zijn in staat met gebruikmaking van de opgedane kennis een klein historisch onderzoek naar een deelonderwerp te verrichten en daarvan verslag te doen.
    • De student is in staat historische bronnen te gebruiken en correct te citeren. De student parafraseert historische bronnen en secundaire literatuur en interpreteert deze op een historisch verantwoorde manier. De student kan feiten van meningen
  • 19HKGTGC Thema’s in de geschiedenis van het christendom
    KT,ES
    5ec
    34cu
  • 19HWBHER Hermeneutiek
     
    5ec
    32cu
    • Studenten geven in reflectie- en stage verslag blijk zich zelf als professional te ontwikkelen.
    • Studenten voeren een levensbeschouwelijk gesprek.
    • Studenten brengen traditie in verband met actualiteit.
    • Studenten geven in reflectie- en stage verslag blijk zich zelf als professional te ontwikkelen.
    • Studenten voeren een levensbeschouwelijk gesprek.
    • Studenten brengen traditie in verband met actualiteit.
    • Studenten geven in reflectie- en stage verslag blijk zich zelf als professional te ontwikkelen.
    • Studenten voeren een levensbeschouwelijk gesprek.
    • Studenten organiseren hun stageactiviteiten
    • Studenten organiseren hun stageactiviteiten
  • 19HBVSG3 Stage 3 Geestelijk begeleider
    ST
    6ec
    20cu
  • 19HFBSLB Studieloopbaanbegeleiding jaar 3
    AS
    1ec
    10cu
  •  
     
    31ec
    194cu
  • Semester 2
    • De student kan uitleggen wat de diversiteitscirkel is en deze toepassen op de eigen situatie en die van anderen.
    • Studenten kennen diverse diversiteitsfilosofieen en zijn in staat deze toe te passen.
    • Studenten zijn in staat intersectionele analyse toe te passen op hun eigen positie en die van anderen.
    • Studenten kennen diverse diversiteitsfilosofieen en zijn in staat deze toe te passen.
    • de student doet onderzoek naar een subculturele groep.
  • 19MBVICO Interculturele communicatie
    LV,WS
    5ec
    32cu
    • Studenten leren reflecteren op hun eigen stijl en kwaliteiten als coach
    • Studenten onderscheiden vijf verschillende coachingsstijlen
    • Studenten leggen de psychologische grondbeginselen van coaching uit: (tegen)overdracht, projectie en omgaan met weerstand, RET, LSD
    • Studenten passen basale gespreksvaardigheden toe in een coachingsgesprek
  • 19MSWCOA Coaching
    SI,KT,LV
    5ec
    32cu
    • Studenten formuleren hun eigen ondernemende houding
    • Studenten beschouwen of en in hoeverre ondernemerschap bij hun persoonlijkheid past
    • Studenten benoemen de kennis, vaardigheden en gedrag van het ondernemer zijn
    • Studenten creeeren door het schrijven van een ondernemersplan de mogelijkheid van een nieuwe onderneming
  • 19MSWOND Ondernemerschap
    LV,WS
    5ec
    32cu
  • 19HMINOR Overige minorruimte
     
    15ec
    98cu
  •  
     
    30ec
    194cu

startbekwaamfase

In het vierde jaar van de opleiding is alles er op gericht dat de student daadwerkelijk kan starten in het beroep waartoe wordt opgeleid. De student toont aan dat hij zelfstandig kan opereren binnen het beroepenveld en laat zien dat hij op bachelor niveau de daarbij behorende taken kan uitvoeren.

Studiejaar 2022-2023

Idee en vormgeving Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Doorontwikkeling en technische realisatie Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing. © Copyright Fontys Hogescholen.