LogoInspiratiesite Lessen Levensbeschouwing

Bachelor Theologie (Geestelijk begeleider)

propedeuse

Het eerste jaar van de studie dient om vast te stellen of de student geschikt is om de studie te volgen. In deze fase oriënteert de student zich op het mogelijke beroep. Hij toont aan dat hij in staat is de studie goed te organiseren en het niveau van de studie aan te kunnen.

Studiejaar 2021-2022

  • Periode 1
  • 19PBVKPG Kennismaken met de Praktijk Geestelijke begeleider
    BP,AS
    5ec
    78cu
    • De studenten reflecteren op hun eigen vooronderstellingen.
    • De studenten kennen de principes van een filosofisch gesprek en zijn in staat een filosofisch/socratisch gesprek te voeren.
    • Studenten reproduceren de grote thema's van de filosofie.
    • De studenten kennen de principes van een filosofisch gesprek en zijn in staat een filosofisch/socratisch gesprek te voeren.
    • Studenten reproduceren de grote thema's van de filosofie.
    • De studenten kennen de principes van een filosofisch gesprek en zijn in staat een filosofisch/socratisch gesprek te voeren.
    • De studenten kennen de principes van een filosofisch gesprek en zijn in staat een filosofisch/socratisch gesprek te voeren.
  • 19PWBIFI Inleiding filosofie
    KT
    5ec
    46cu
    • De student legt de ontstaansgeschiedenis, rituelen, gebruiken en stromingen van het jodendom, islam, hindoe�sme en boeddhisme uit.
    • De student kan de verschillen tussen theologie en religiewetenschap benoemen
    • De student creëert zijn eigen definitie van religie in verhouding tot bestaande definities
    • De student kan actuele religieuze fenomenen duiden
    • De student past kennis van het jodendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme toe
    • De student kan basiskennis van het jodendom, islam, hindoeïsme en boeddhisme reproduceren
  • 19PRWIWR Inleiding wereldreligies
    KT
    5ec
    46cu
    • De student bepaalt de eigen positie ten opzichte van de verschillende spiritualiteit
    • De student onderzoekt een deelthema op het gebied van spiritualiteit.
  • 19PSPISP Inleiding Oosterse en Westerse spiritualiteit
    KT,PR,LV
    5ec
    44cu
  •  
     
    20ec
    214cu
  • Periode 2
    • Je legt uit hoe openbaring en ervaring en hoe schrift en traditie zich tot elkaar verhouden
    • Je definieert theologie en benoemt de overeenkomsten en verschillen tussen theologie en religiewetenschappen
    • Je ordent de centrale geloofsgeheimen en brengt deze met elkaar in verbinding
    • Je benoemt de grote thema's uit de christelijke theologie zoals godsbeelden, schepping, openbaring, kwaad, menswording, verlossing, triniteit, kerk, sacramenten en eschatologie
    • Je legt uit hoe de christelijke theologie reflecteert op Triniteit, kerk, sacramenten en eschatologie
    • Je leest met gebruikmaking van de theologische concepten uit de lesstof van het college een aantal klassieke theologische teksten
  • 19PRSTICT Inleiding christelijke theologie
    KT
    5ec
    46cu
    • Studenten benoemen in eigen woorden wat zij zien als de context waarin de praktische theologie zich begeeft (o.a. individualisering)
    • Studenten benoemen de definitie van praktische theologie in eigen woorden
    • Studenten passen de methode van praktische theologie toe op een situatie/ thema uit de dagelijkse praktijk
    • Studenten demonstreren in het in groepjes werken een samenwerking waarin afspraken nakomen en verantwoordelijkheid nemen met een
  • 19PPTIPT Inleiding praktische theologie
     
    5ec
    44cu
  • 19PBVKPG Kennismaken met de Praktijk Geestelijke begeleider
    BP,AS
    5ec
    78cu
  • 19PKGGCH Geschiedenis van het christendom
    KT
    5ec
    46cu
  •  
     
    20ec
    214cu

hoofdfase

In het tweede en derde jaar gaat het er om dat de student aantoont geschikt te zijn voor de uitoefening van het beroep waarvoor de opleiding opleidt. In onder meer stage en trainingen bewijst de student deze geschiktheid.

Studiejaar 2022-2023

  • Periode 1
  • 19HBWOTE Oude Testament
    LV,WS
    5ec
    32cu
    • De student is in staat om vroegchristelijke teksten te bestuderen aan de hand van studievragen en ze in hun historische context te plaatsen.
    • De student maakt onderscheid tussen de historische betekenis van vroegchristelijke teksten en de theologische/ spirituele waarde ervan voor de huidige tijd.
    • De student is in staat om een zelf gekozen vroegchristelijke tekst te analyseren en in zijn historische context te plaatsen met behulp van een leesmethode en van secundaire literatuur.
    • De student weet de waarde van een zelf gekozen vroegchristelijke brontekst voor de huidige tijd én voor de persoonlijke levensbeschouwelijke vorming uiteen te zetten en te verklaren.
    • De student weet de waarde van een zelf gekozen vroegchristelijke brontekst voor de huidige tijd én voor de persoonlijke levensbeschouwelijke vorming uiteen te zetten en te verklaren.
    • De student is in staat om een zelf gekozen vroegchristelijke tekst te analyseren en in zijn historische context te plaatsen met behulp van een leesmethode en van secundaire literatuur.
    • De student weet de waarde van een zelf gekozen vroegchristelijke brontekst voor de huidige tijd én voor de persoonlijke levensbeschouwelijke vorming uiteen te zetten en te verklaren.
    • De student presenteert zijn/ haar analyse van de brontekst aan medestudenten in een flitspresentatie.
  • 19HKGVCH Vroege christendom
    PR,WS
    5ec
    32cu
  • 19HWBFET Filosofische ethiek
    WS
    5ec
    32cu
    • De student vat de onstaansgeschiedenis van het jodendom en de islam samen
  • 19HRWJIS Jodendom en Islam
    KT
    5ec
    34cu
  •  
     
    20ec
    130cu
  • Periode 3
  • 19HSTIDO Interreligieuze dialoog en oecumene
    KT
    5ec
    32cu
  • 19HBVO1G Oefenen in de praktijk I Geestelijk begeleider
     
    5ec
    32cu
    • De student vergelijkt standpunten in het moreel gesprek met elkaar en komt tot nieuw gezamenlijk inzicht. De student vat de grote lijnen samen van een individueel proces van inzicht.
    • De student benoemt de uitgangspunten van de moraaltheologie en beschrijft de actuele katholieke moraalprudentie.
    • De student past zijn kennis van zaken met betrekking tot de fundamenten van de moraaltheologie en de moraalprudentie toe op het gebied van menselijke relaties.
    • De student legt de betekenis van moraaltheologische begrippen en denkbeelden uit en contrasteert diverse zienswijzen.
    • De student vergelijkt standpunten in het moreel gesprek met elkaar en komt tot nieuw gezamenlijk inzicht. De student vat de grote lijnen samen van een individueel proces van inzicht.
    • De student legt de betekenis van moraaltheologische begrippen en denkbeelden uit en contrasteert diverse zienswijzen.
    • De student vergelijkt standpunten in het moreel gesprek met elkaar en komt tot nieuw gezamenlijk inzicht. De student vat de grote lijnen samen van een individueel proces van inzicht.
    • De student legt de betekenis van moraaltheologische begrippen en denkbeelden uit en contrasteert diverse zienswijzen.
    • De student vergelijkt standpunten in het moreel gesprek met elkaar en komt tot nieuw gezamenlijk inzicht. De student vat de grote lijnen samen van een individueel proces van inzicht.
    • De student legt de betekenis van moraaltheologische begrippen en denkbeelden uit en contrasteert diverse zienswijzen.
    • De student vergelijkt standpunten in het moreel gesprek met elkaar en komt tot nieuw gezamenlijk inzicht. De student vat de grote lijnen samen van een individueel proces van inzicht.
    • De student past zijn kennis van zaken met betrekking tot de fundamenten van de moraaltheologie en de moraalprudentie toe op het gebied van menselijke relaties.
  • 19HSPMT1 Moraaltheologie I
     
    5ec
    32cu
  • 19HCRICR Inleiding canoniek recht
    KT
    5ec
    34cu
  •  
     
    20ec
    130cu

Studiejaar 2023-2024

startbekwaamfase

In het vierde jaar van de opleiding is alles er op gericht dat de student daadwerkelijk kan starten in het beroep waartoe wordt opgeleid. De student toont aan dat hij zelfstandig kan opereren binnen het beroepenveld en laat zien dat hij op bachelor niveau de daarbij behorende taken kan uitvoeren.

Studiejaar 2024-2025

  • Periode 1
  • 19SWBBP Filosofie
    BP
    10ec
    52cu
    • Is in staat om enerzijds de bronnen van de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarva
    • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit op een bewuste, doelgerichte, procesmatige en systematische wijze (samen) te werken aan verandering.
    • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit te reflecteren op attitude, identiteit en handelen in beroepssituaties en om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen.
    • Is in staat om adequaat en doelgroepgericht te communiceren met individuen, groepen, organisaties en in netwerken, zowel mondeling als schriftelijk, verbaal als non-verbaal, waar van toepassing ook in de specifieke context van een viering of ritueel.
    • Is in staat om mensen, individueel en groepsgewijs, vanuit een contextuele optiek en op hermeneutisch verantwoorde wijze te ondersteunen in het omgaan met religieuze en levensvragen in zeer uiteenlopende situaties.
    • Is in staat om zorg te dragen voor de organisatorische zaken die samenhangen met het werken in of vanuit de rooms-katholieke kerk, instelling en ook in meer dynamische contexten waaronder in vrijgevestigde praktijken.
    • Is in staat om samen te werken met collega’s en andere betrokkenen of doelgroepen, zowel binnen als buiten de rooms-katholieke kerk.
    • Is in staat om individuen (professionals en vrijwilligers), groepen, (geloofs)gemeenschappen en organisaties dienstbaar te leiden en te begeleiden op religieus en/of levensbeschouwelijk gebied, gericht op doelen die samenhangen met identiteit.
    • Is in staat om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het beroep en de beroepsmethodiek met gebruikmaking van praktijkgericht onderzoek.
  • 19SBVWPG Werken in de praktijk: Geestelijk begeleider
    OV,PVlg,ST
    10ec
    47cu
  •  
     
    20ec
    99cu
  • Periode 2
  • 19SBWBP Beroepsproduct Bijbel
     
    10ec
    64cu
    • Is in staat om enerzijds de bronnen van de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarva
    • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit op een bewuste, doelgerichte, procesmatige en systematische wijze (samen) te werken aan verandering.
    • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit te reflecteren op attitude, identiteit en handelen in beroepssituaties en om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen.
    • Is in staat om adequaat en doelgroepgericht te communiceren met individuen, groepen, organisaties en in netwerken, zowel mondeling als schriftelijk, verbaal als non-verbaal, waar van toepassing ook in de specifieke context van een viering of ritueel.
    • Is in staat om mensen, individueel en groepsgewijs, vanuit een contextuele optiek en op hermeneutisch verantwoorde wijze te ondersteunen in het omgaan met religieuze en levensvragen in zeer uiteenlopende situaties.
    • Is in staat om zorg te dragen voor de organisatorische zaken die samenhangen met het werken in of vanuit de rooms-katholieke kerk, instelling en ook in meer dynamische contexten waaronder in vrijgevestigde praktijken.
    • Is in staat om samen te werken met collega’s en andere betrokkenen of doelgroepen, zowel binnen als buiten de rooms-katholieke kerk.
    • Is in staat om individuen (professionals en vrijwilligers), groepen, (geloofs)gemeenschappen en organisaties dienstbaar te leiden en te begeleiden op religieus en/of levensbeschouwelijk gebied, gericht op doelen die samenhangen met identiteit.
    • Is in staat om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het beroep en de beroepsmethodiek met gebruikmaking van praktijkgericht onderzoek.
  • 19SBVWPG Werken in de praktijk: Geestelijk begeleider
    OV,PVlg,ST
    10ec
    47cu
  •  
     
    20ec
    111cu
  • Periode 3
    • Je betrekt relevante actuele discussies bij je reflectie op thema’s uit de katholieke dogmatiek
    • Je onderkent en analyseert hedendaagse vragen van jouw doelgroep naar zin en betekenis en anticipeert daarop bij het schrijven van een theologisch beroepsproduct
    • Je verwoordt de inhoud van de katholieke dogmatiek op een voor de doelgroep passende wijze
    • Je legt verbanden tussen verschillende thema’s uit het geheel van de katholieke dogmatiek
    • Je reflecteert op de inhoud van de katholieke dogmatiek met oog op de vraag wat deze betekent voor jouw persoonlijke en beroepsmatige spiritualiteit
    • Je reflecteert op de juiste balans tussen geloof en rede, tussen cognitief en affectief. Je stelt je eigen beeld van God of het heilige waar nodig bij.
    • Je geeft de relevante thema’s uit de katholieke dogmatiek weer en brengt deze in gesprek met jouw doelgroep
    • Je reflecteert op de theologische vooronderstellingen van je professionele handelen
    • Je reflecteert op de inhoud van de katholieke dogmatiek met oog op de vraag wat deze betekent voor jouw persoonlijke en beroepsmatige spiritualiteit
    • Je reflecteert op de juiste balans tussen geloof en rede, tussen cognitief en affectief. Je stelt je eigen beeld van God of het heilige waar nodig bij.
  • 19SSTBP Systematische theologie
    BP
    10ec
    52cu
    • Is in staat om enerzijds de bronnen van de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit en anderzijds de mens in zijn huidige context in hun onderlinge betekenisvolle samenhang te verhelderen en te verbinden en op basis daarva
    • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit op een bewuste, doelgerichte, procesmatige en systematische wijze (samen) te werken aan verandering.
    • Is in staat om vanuit de rooms-katholieke traditie en/of organisatie en/of de eigen spiritualiteit te reflecteren op attitude, identiteit en handelen in beroepssituaties en om zich persoonlijk en professioneel te ontwikkelen.
    • Is in staat om adequaat en doelgroepgericht te communiceren met individuen, groepen, organisaties en in netwerken, zowel mondeling als schriftelijk, verbaal als non-verbaal, waar van toepassing ook in de specifieke context van een viering of ritueel.
    • Is in staat om mensen, individueel en groepsgewijs, vanuit een contextuele optiek en op hermeneutisch verantwoorde wijze te ondersteunen in het omgaan met religieuze en levensvragen in zeer uiteenlopende situaties.
    • Is in staat om zorg te dragen voor de organisatorische zaken die samenhangen met het werken in of vanuit de rooms-katholieke kerk, instelling en ook in meer dynamische contexten waaronder in vrijgevestigde praktijken.
    • Is in staat om samen te werken met collega’s en andere betrokkenen of doelgroepen, zowel binnen als buiten de rooms-katholieke kerk.
    • Is in staat om individuen (professionals en vrijwilligers), groepen, (geloofs)gemeenschappen en organisaties dienstbaar te leiden en te begeleiden op religieus en/of levensbeschouwelijk gebied, gericht op doelen die samenhangen met identiteit.
    • Is in staat om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van het beroep en de beroepsmethodiek met gebruikmaking van praktijkgericht onderzoek.
  • 19SBVWPG Werken in de praktijk: Geestelijk begeleider
    OV,PVlg,ST
    10ec
    47cu
  •  
     
    20ec
    99cu

Idee en vormgeving Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Doorontwikkeling en technische realisatie Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing. © Copyright Fontys Hogescholen.