Logo Fontys Hogeschool Theologie LevensbeschouwingInspiratiesite Lessen Levensbeschouwing

Minor Religie en Zingeving

Minor

Studiejaar 2019-2020

  • Semester 1
    • De student beschrijft, onder andere door middel van het geven van voorbeelden, de multidimensionele begrippen religie, zingeving, levensvragen/ zingevingsvragen, symbolen, metaforen en rituelen.
    • De student weet wat symbolisch en metaforisch taalgebruik is.
    • De student herkent symbolisch en metaforisch taalgebruik in zingevingsverhalen
    • De student is in staat en bereid zijn/ haar eigen manier van kijken naar religie en zingeving bespreekbaar te maken.
  • 19MCRZ Concepten van Religie en Zingeving
    PR,KT
    5ec
    38cu
    • Je beschrijft diverse praktijken van geestelijk leven en reflecteert op wat de kennismaking hiermee doet met je eigen spirituele ontwikkeling.
  • 19MEXC Excursies
     
    3ec
    44cu
    • Je reflecteert in een leerverslag op de verbanden tussen de verschillende onderdelen van de minor en op wat de minor betekent voor jouw toekomstige beroepspraktijk
    • Je reflecteert in een leerverslag op de verbanden tussen de verschillende onderdelen van de minor en op wat de minor betekent voor jouw toekomstige beroepspraktijk
  • 19MINT Integratie
     
    2ec
    20cu
    • Je kan de levensvragen rond lijden, eindigheid en over ‘goed en kwaad’ (al of niet verbonden met een specifieke religie) herkennen en benoemen in beeldende kunst, literatuur, film en muziek. Je kan uit diverse kunstvormen putten om die te gebruiken
    • Je kan diverse kunstuitingen analyseren op niveau van inhoud en betekenis t.a.v. levensvragen rond ‘lijden’, ‘eindigheid’ en ‘goed en kwaad’.
    • Je kan kunstuitingen op diverse manieren gebruiken en inzetten in je beroepspraktijk ten behoeve van bezinning en verheldering. Je kan verhelderen wat kunstuitingen voor betekenis hebben in je beroepspraktijk. Je kunt uiteenzetten wat kunstuitingen als
  • 19MRKC Religie en Zingeving in Kunst en Cultuur
    OT
    5ec
    40cu
    • Je definieert de term spiritualiteit
    • Je beschrijft diverse spirituele vormen
    • Je onderscheidt spiritualiteitvormen naar individueel, leken- en instituutsniveau
    • Je onderscheidt diverse spirituele vormen naar oorsprong, doel, en praktische vormgeving
    • Je definieert de term spiritualiteit
    • Je onderscheidt spiritualiteitvormen naar individueel, leken- en instituutsniveau
    • Je relateert verschillende spirituele vormen aan elkaar
    • Je reflecteert op de mogelijke waarde en betekenis van spiritualiteitsvormen voor jouw persoonlijke en professionele ontwikkeling
    • Je treedt met een open houding elke spirituele vorm tegemoet
  • 19MSPP Spirituele praktijken
     
    5ec
    46cu
    • Je beschrijft de multidimensionele begrippen religie, zingeving en spiritualiteit aan de hand van voorbeelden uit verhaaltradities, literatuur, kunst, het persoonlijk leven en de beroepspraktijk.
    • Je benadert verhalen via methodes die zijn ontwikkeld door zinsvragen Propp, Drewermann, Campbell, Fromm, Bal
    • Je leert enkele kernteksten uit grote verhaaltradities binnen het Christendom, Islam, Hindoeïsme en Boeddhisme lezen en bevragen met oog op de vraag naar zin en betekenis. Daarnaast lezen we teksten uit andere tradities als de native americans en komen h
    • Je herkent symbolen, metaforen en beeldspraak in verhalen als (mogelijke) verschijningsvorm van (verborgen) zingevingsvragen, spirituele behoeftes en processen van betekenisgeving.
    • Je herkent en geeft woorden aan de (verborgen) religieuze, existentiële en spirituele dimensie in verhaaltradities, en in vervolg hiervan in het bestaan in het algemeen.
    • Levensverhalen lees je als bron voor begeleiding (Ganzevoort en Menke)
    • Je benadert verhalen via methodes die zijn ontwikkeld door zinsvragen Propp, Drewermann, Campbell, Fromm, Bal
    • Je bent in staat deze symbolen, metaforen en beeldspraak in te zetten in gesprekken over zingeving en spiritualiteit met cliënten/ patiënten/ leerlingen.
  • 19MVHT Verhaaltradities
    WS,LV
    5ec
    38cu
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • De student past een model van zingevingsdiagnostiek toe in het gesprek met cliënten of patiënten.
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • De student beheerst een aantal elementaire gesprekstechnieken.
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • De student heeft het eigen zingevingssysteem ter beschikking en is in staat dit zinvol in te zetten in het gesprek met cliënten of patiënten.
  • 19MZIB Zingeving in de beroepspraktijk
    OV,WS,LV
    5ec
    42cu
  •  
     
    30ec
    268cu
  • Semester 2
    • De student beschrijft, onder andere door middel van het geven van voorbeelden, de multidimensionele begrippen religie, zingeving, levensvragen/ zingevingsvragen, symbolen, metaforen en rituelen.
    • De student weet wat symbolisch en metaforisch taalgebruik is.
    • De student herkent symbolisch en metaforisch taalgebruik in zingevingsverhalen
    • De student is in staat en bereid zijn/ haar eigen manier van kijken naar religie en zingeving bespreekbaar te maken.
  • 19MCRZ Concepten van Religie en Zingeving
    PR,KT
    5ec
    38cu
    • Je beschrijft diverse praktijken van geestelijk leven en reflecteert op wat de kennismaking hiermee doet met je eigen spirituele ontwikkeling.
  • 19MEXC Excursies
     
    3ec
    44cu
    • Je reflecteert in een leerverslag op de verbanden tussen de verschillende onderdelen van de minor en op wat de minor betekent voor jouw toekomstige beroepspraktijk
    • Je reflecteert in een leerverslag op de verbanden tussen de verschillende onderdelen van de minor en op wat de minor betekent voor jouw toekomstige beroepspraktijk
  • 19MINT Integratie
     
    2ec
    20cu
    • Je kan de levensvragen rond lijden, eindigheid en over ‘goed en kwaad’ (al of niet verbonden met een specifieke religie) herkennen en benoemen in beeldende kunst, literatuur, film en muziek. Je kan uit diverse kunstvormen putten om die te gebruiken
    • Je kan diverse kunstuitingen analyseren op niveau van inhoud en betekenis t.a.v. levensvragen rond ‘lijden’, ‘eindigheid’ en ‘goed en kwaad’.
    • Je kan kunstuitingen op diverse manieren gebruiken en inzetten in je beroepspraktijk ten behoeve van bezinning en verheldering. Je kan verhelderen wat kunstuitingen voor betekenis hebben in je beroepspraktijk. Je kunt uiteenzetten wat kunstuitingen als
  • 19MRKC Religie en Zingeving in Kunst en Cultuur
    OT
    5ec
    40cu
    • Je definieert de term spiritualiteit
    • Je beschrijft diverse spirituele vormen
    • Je onderscheidt spiritualiteitvormen naar individueel, leken- en instituutsniveau
    • Je onderscheidt diverse spirituele vormen naar oorsprong, doel, en praktische vormgeving
    • Je definieert de term spiritualiteit
    • Je onderscheidt spiritualiteitvormen naar individueel, leken- en instituutsniveau
    • Je relateert verschillende spirituele vormen aan elkaar
    • Je reflecteert op de mogelijke waarde en betekenis van spiritualiteitsvormen voor jouw persoonlijke en professionele ontwikkeling
    • Je treedt met een open houding elke spirituele vorm tegemoet
  • 19MSPP Spirituele praktijken
     
    5ec
    46cu
    • Je beschrijft de multidimensionele begrippen religie, zingeving en spiritualiteit aan de hand van voorbeelden uit verhaaltradities, literatuur, kunst, het persoonlijk leven en de beroepspraktijk.
    • Je benadert verhalen via methodes die zijn ontwikkeld door zinsvragen Propp, Drewermann, Campbell, Fromm, Bal
    • Je leert enkele kernteksten uit grote verhaaltradities binnen het Christendom, Islam, Hindoeïsme en Boeddhisme lezen en bevragen met oog op de vraag naar zin en betekenis. Daarnaast lezen we teksten uit andere tradities als de native americans en komen h
    • Je herkent symbolen, metaforen en beeldspraak in verhalen als (mogelijke) verschijningsvorm van (verborgen) zingevingsvragen, spirituele behoeftes en processen van betekenisgeving.
    • Je herkent en geeft woorden aan de (verborgen) religieuze, existentiële en spirituele dimensie in verhaaltradities, en in vervolg hiervan in het bestaan in het algemeen.
    • Levensverhalen lees je als bron voor begeleiding (Ganzevoort en Menke)
    • Je benadert verhalen via methodes die zijn ontwikkeld door zinsvragen Propp, Drewermann, Campbell, Fromm, Bal
    • Je bent in staat deze symbolen, metaforen en beeldspraak in te zetten in gesprekken over zingeving en spiritualiteit met cliënten/ patiënten/ leerlingen.
  • 19MVHT Verhaaltradities
    WS,LV
    5ec
    38cu
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • De student past een model van zingevingsdiagnostiek toe in het gesprek met cliënten of patiënten.
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • De student beheerst een aantal elementaire gesprekstechnieken.
    • Je analyseert de beroepspraktijk waarvoor je wordt opgeleid op religieuze en zingevingsthema’s: wanneer komt zingeving aan de orde, hoe worden de vragen naar zin gearticuleerd, hoe speelt religie daarbij een rol?
    • De student heeft het eigen zingevingssysteem ter beschikking en is in staat dit zinvol in te zetten in het gesprek met cliënten of patiënten.
  • 19MZIB Zingeving in de beroepspraktijk
    OV,WS,LV
    5ec
    42cu
  •  
     
    30ec
    268cu

Idee en vormgeving Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Doorontwikkeling en technische realisatie Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing. © Copyright Fontys Hogescholen.