Logo Fontys Hogeschool Theologie LevensbeschouwingPlay the games! logo TeO

Bachelor Docent religie levensbeschouwing

propedeuse

Het eerste jaar van de studie dient om vast te stellen of de student geschikt is om de studie te volgen. In deze fase oriŽnteert de student zich op het mogelijke beroep. Hij toont aan dat hij in staat is de studie goed te organiseren en het niveau van de studie aan te kunnen.

Studiejaar 2018-2019

  • Semester 1
    • De student maakt kennis met de Bijbel als religieuze bron.
  • 19PBWBEW De Bijbel en zijn wereld
    WS,KT
    5ec
    46cu
    • Studenten passen de kennis over geschiedschrijving toe op het handboek en onderwerpen eruit.
    • Zij hebben kennis van de geschiedenis van het christendom in grote lijnen (feitenkennis). Zij kennen diverse hoofdpersonen en situaties en kunnen die in hun historische context plaatsen en hun betekenis duiden (toepassen).
  • 19PKGGCH Geschiedenis van het christendom
    KT
    5ec
    46cu
    • De studenten werken samen aan het maken van een eindproduct op een constructieve manier en metvergelijkbare inzet als de anderen en kunnen feedback daarop meenemen in het werk.
    • Studenten verzamelen informatie over een historisch onderwerp uit de eerste acht eeuwen van de geschiedenis van het christendom.
    • De studenten werken samen aan het maken van een eindproduct op een constructieve manier en metvergelijkbare inzet als de anderen en kunnen feedback daarop meenemen in het werk.
    • De studenten werken samen aan het maken van een eindproduct op een constructieve manier en metvergelijkbare inzet als de anderen en kunnen feedback daarop meenemen in het werk.
    • Studenten passen de didactische theorieŽn en leertheorieŽn toe op het te maken didactisch materiaal.
    • De studenten werken samen aan het maken van een eindproduct op een constructieve manier en metvergelijkbare inzet als de anderen en kunnen feedback daarop meenemen in het werk.
    • Studenten passen de didactische theorieŽn en leertheorieŽn toe op het te maken didactisch materiaal.
  • 19PKGIDR Inleiding docent religie levensbeschouwing
    OT
    5ec
    48cu
    • Presentatievaardigheden: Kennismaken met de technieken van presentatievaardigheden, zowel mondeling als schriftelijk. Aandacht voor het schrijven van papers: opbouw, notenapparaat, literatuurlijst, citeren, correct taalgebruik.
  • 19PBVCOM Communicatieve vaardigheden
    LV,PR,WS
    3ec
    68cu
    • Je krijgt zicht op een mogelijk toekomstig beroep.
  • 19PBVSLB Studieloopbaanbegeleiding jaar 1
    AS,LV
    2ec
    47cu
  • 19PSWISW Inleiding sociale wetenschappen
    KT
    5ec
    46cu
    • De student heeft een basiskennis van het jodendom, islam, hindoeÔsme en boeddhisme
    • De student kent de verschillen tussen theologie en religiewetenschap
    • De student maakt kennis met definities van religie en vormt zijn eigen definitie
    • De student kan actuele religieuze fenomenen duiden
  • 19PRWIWR Inleiding wereldreligies
    KT
    5ec
    46cu
  •  
     
    30ec
    347cu
  • Semester 2
    • Je legt uit hoe openbaring en ervaring en hoe schrift en traditie zich tot elkaar verhouden
    • Je definieert theologie en benoemt de overeenkomsten en verschillen tussen theologie en religiewetenschappen
    • Je benoemt de grote thema's uit de christelijke theologie zoals godsbeelden, schepping, openbaring, kwaad, menswording, verlossing, triniteit, kerk, sacramenten en eschatologie
    • Je ordent de centrale geloofsgeheimen en brengt deze met elkaar in verbinding
    • Je legt uit hoe de christelijke theologie reflecteert op Triniteit, kerk, sacramenten en eschatologie
    • Je leest met gebruikmaking van de theologische concepten uit de lesstof van het college een aantal klassieke theologische teksten
  • 19PRSTICT Inleiding christelijke theologie
    KT
    5ec
    46cu
  • 19PSTIGB Inleiding geestelijk begeleider
    PR,WS
    5ec
    48cu
    • Studenten benoemen in eigen woorden wat zij zien als de context waarin de praktische theologie zich begeeft (o.a. individualisering)
    • Studenten benoemen de definitie van praktische theologie in eigen woorden
  • 19PPTITB Inleiding theologie van de beroepspraktijk
    WS
    5ec
    44cu
    • De studenten reflecteren op hun eigen vooronderstellingen. Studenten reproduceren de grote thema's van de filosofie. Zij verbinden filosofisch denken met de andere modulen van de opleiding en de praktijken waarvoor wordt opgeleid.
  • 19PWBIFI Inleiding filosofie
    KT
    5ec
    46cu
    • De student past een vorm van systematische observatie toe op de stageplaats. De student schrijft een exposureverslag. De student voert een oriŽnterende stage uit in zijn/haar afstudeerrichting.
    • De student past een vorm van systematische observatie toe op de stageplaats. De student schrijft een exposureverslag. De student voert een oriŽnterende stage uit in zijn/haar afstudeerrichting.
  • 19PBVSPR Stage propedeuse
    LV,ST,WS
    3ec
    28cu
    • Je krijgt zicht op een mogelijk toekomstig beroep.
  • 19PBVSLB Studieloopbaanbegeleiding jaar 1
    AS,LV
    2ec
    47cu
    • De student maakt kennis met diverse vormen van spiritualiteit die h/zij als theoloog in de praktijk kan tegenkomen, zowel traditionele als nieuwe vormen.
  • 19PSPISP Inleiding Oosterse en Westerse spiritualiteit
    KT,PR,LV
    5ec
    44cu
  •  
     
    30ec
    303cu

hoofdfase

In het tweede en derde jaar gaat het er om dat de student aantoont geschikt te zijn voor de uitoefening van het beroep waarvoor de opleiding opleidt. In onder meer stage en trainingen bewijst de student deze geschiktheid.

Studiejaar 2019-2020

  • Semester 2
    • De student is op de hoogte van de verschillende visies op interreligieuze ontmoeting en op de katholieke visie in het bijzonder.
    • De student vormt en ontwikkelt een eigen visie op de kansen en uitdagingen van de (toekomst) van de dialoog, mede t.a.v. de beroepspraktijk.
    • De student is op de hoogte van de verschillende visies op interreligieuze ontmoeting en op de katholieke visie in het bijzonder.
    • De student is op de hoogte van de huidige oecumenische situatie en de huidige oecumenische dialogen.
    • De student vormt en ontwikkelt een eigen visie op de kansen en uitdagingen van de (toekomst) van de dialoog, mede t.a.v. de beroepspraktijk.
  • 19HSTIDO Interreligieuze dialoog en oecumene
    KT
    5ec
    34cu
    • De student past de basiskennis van algemene didactiek toe m.b.v. praktische opdrachten.
    • De student legt verbinding tussen theorie en praktijk en zet reflectie in als leermethode.
    • De student past de basiskennis van algemene didactiek toe m.b.v. praktische opdrachten.
    • De student eigent zich de basiskennis van de algemene didactiek toe: Hoe onderwijs ik mijn leerlingen? Hoe kan ik effectief met groepen werken? Hoe ziet mijn school eruit? Hoe ontwikkel ik mezelf als leraar? Hoe geef ik onderwijs in het VMBO en het MBO?
    • De student legt verbinding tussen theorie en praktijk en zet reflectie in als leermethode.
    • De student past de basiskennis van algemene didactiek toe m.b.v. praktische opdrachten.
    • De student eigent zich de basiskennis van de algemene didactiek toe: Hoe onderwijs ik mijn leerlingen? Hoe kan ik effectief met groepen werken? Hoe ziet mijn school eruit? Hoe ontwikkel ik mezelf als leraar? Hoe geef ik onderwijs in het VMBO en het MBO?
    • De student legt verbinding tussen theorie en praktijk en zet reflectie in als leermethode.
  • 19HBVADI Algemene didactiek
    WS
    3ec
    30cu
    • Laat in een schriftelijk verslag zien in staat te zijn een lesmethode Godsdienst-Levensbeschouwing te analyseren, zowel vanuit een godsdienstpedagogisch (theologisch) als vanuit een onderwijskundig perspectief.
    • Laat in een presentatie zien in staat te zijn een selectie van deze analyse van een lesmethode op duidelijke, beeldende en interactieve wijze te delen met medestudenten.
    • Laat in een schriftelijk verslag zien in staat te zijn een lesmethode Godsdienst-Levensbeschouwing te analyseren, zowel vanuit een godsdienstpedagogisch (theologisch) als vanuit een onderwijskundig perspectief.
    • Laat in een presentatie zien in staat te zijn een selectie van deze analyse van een lesmethode op duidelijke, beeldende en interactieve wijze te delen met medestudenten.
  • 19HPTALM Analyse van lesmethodes
    PR
    2ec
    16cu
    • Je reflecteert op je beginpositie, je ontwikkeling tijdens de collegereeks en je positie aan het einde van de reek ten aanzien van wijsheidsliteratuur, zowel op persoonlijk niveau als in een toekomstige professionele context.
    • Je onderscheidt het genre wijsheidsliteratuur van andere bijbelse genres.
    • Je geeft aan wat de functie en (beoogde werking) is van het genre Wijsheidsliteratuur in het algemeen en in de bijbel in het bijzonder.
    • Je geeft functie en (mogelijke) werking van wijsheidsliteratuur voor vandaag de dag aan.
  • 19HBWBVW Bronnen van wijsheid
    WS,LV
    5ec
    32cu
  • 19HBWLHT Lezen van heilige teksten
     
    5ec
    32cu
  • 19HWBFET Filosofische ethiek
    WS
    5ec
    32cu
    • De student werkt samen binnen het team van de school en de sectie van de vakdocenten.
    • De student plant zijn eigen stagewerkzaamheden en pleegt waar nodig en wenselijk overleg met stagebegeleider op de stageschool en stagecoŲrdinator van de opleiding.
    • De student evalueert de eigen ervaringen en reflecteert op de eigen stage aan de hand van vooraf (en indien gewenst tijdens de stage) geformuleerde leerdoelen.
    • De student schrijft een stageverslag op basis van de eisen zoals vermeld in de stagehandleiding.
    • De student werkt samen binnen het team van de school en de sectie van de vakdocenten.
    • De student evalueert de eigen ervaringen en reflecteert op de eigen stage aan de hand van vooraf (en indien gewenst tijdens de stage) geformuleerde leerdoelen.
    • De student schrijft een stageverslag op basis van de eisen zoals vermeld in de stagehandleiding.
    • De student evalueert de eigen ervaringen en reflecteert op de eigen stage aan de hand van vooraf (en indien gewenst tijdens de stage) geformuleerde leerdoelen.
    • De student schrijft een stageverslag op basis van de eisen zoals vermeld in de stagehandleiding.
  • 19HBVSD2 Stage 2 Docent religie levensbeschouwing
     
    6ec
    20cu
  •  
     
    31ec
    196cu

Studiejaar 2020-2021

  • Semester 1
    • Je benoemt enkele hedendaagse christologische en triniteitstheologische discussies
    • Je onderscheidt de christologische visies uit de eerste eeuwen van het christendom en verbindt deze met christelijke kerkgenootschappen uit deze tijd
    • Je vertelt in eigen woorden de betekenis van het geloof in de drie-ene God voor de andere geloofsgeheimen van het christelijk geloof
    • Je beschrijft de verschillen een overeenkomsten tussen het spreken van de Bijbel en het spreken van de Koran over Jezus / Isa
    • Je beschrijft de christologische discussies uit de eerste eeuwen van het christendom
    • Je legt uit hoe analogie en appropriatie als taalhandelingen functioneren in het spreken over God de Drie-ene en hoe beide zich tot elkaar verhouden
  • 19HSTTGO Theologische godsleer en christologie
    KT
    5ec
    34cu
    • Studenten kunnen het begrip schoolidentiteit uitleggen aan de hand van de theorie.
    • Studenten kunnen het begrip schoolidentiteit uitleggen aan de hand van de theorie.
    • Studenten zijn in staat een klein onderzoek uit te voeren naar de schoolidentiteit van de stageschool.
    • Studenten kunnen de hoofdstromingen binnen de vakdidactiek in eigen woorden typeren.
    • Studenten kunnen diverse opvattingen over vakdidactiek in een historisch kader plaatsen.
    • Studenten kunnen de hoofdstromingen binnen de vakdidactiek in eigen woorden typeren.
    • Studenten kunnen diverse werkvormen toepassen bij het vak GL. Studenten zijn in staat om deze werkvormen aan doelstellingen te koppelen en kunnen doelstellingen formuleren op cognitief, affectief en sociaal-emotioneel gebied.
    • Studenten zijn in staat een rubric te ontwerpen voor een toetsopdracht.
    • Studenten zijn in staat een klein onderzoek uit te voeren naar de schoolidentiteit van de stageschool.
  • 19HPTTVD Training vakdidactiek
    PR,OT,ES
    3ec
    24cu
  • 19HBWNTE Nieuwe Testament
    WS
    5ec
    32cu
    • De studenten vatten de diverse ontwikkelingen samen en interpreteren de samenhang op een historisch verantwoorde manier.
    • De studenten leggen de diverse verbanden en ontwikkelingen uit over de verhouding Jodendom - Christendom, Wetenschap - Christendom en Arbeid - Christendom.
    • De student is in staat historische bronnen te gebruiken en correct te citeren. De student parafraseert historische bronnen en secundaire literatuur en interpreteert deze op een historisch verantwoorde manier. De student kan feiten van meningen
    • De studenten zijn in staat met gebruikmaking van de opgedane kennis een klein historisch onderzoek naar een deelonderwerp te verrichten en daarvan verslag te doen.
  • 19HKGTGC Themaís in de geschiedenis van het christendom
    KT,ES
    5ec
    34cu
  • 19HWBHER Hermeneutiek
     
    5ec
    32cu
    • De student schrijft een stageverslag op basis van de eisen zoals vermeld in de stagehandleiding. Hij/zij evalueert de eigen ervaringen en reflecteert op de eigen stage aan de hand van vooraf (en indien gewenst tijdens de stage) geformuleerde leerdoelen.
    • De student heeft zich inhoudelijk goed voorbereid op de kennisoverdracht in de lessen en is op de hoogte van theorieŽn hoe dat het beste aangepakt kan worden.
    • De student weet een band op te bouwen met de leerlingen en deze in te zetten in het werk- en leerproces dat door de student wordt aangestuurd en begeleid.
    • De student is in staat diverse vormen van communicatie in te zetten en te analyseren op de doelmatigheid. De student heeft zich op de hoogte gesteld van de mogelijkheden binnen de school en gebruikt deze mogelijkheden zo optimaal mogelijk.
    • De student heeft zich inhoudelijk goed voorbereid op de kennisoverdracht in de lessen en is op de hoogte van theorieŽn hoe dat het beste aangepakt kan worden.
    • De student is in staat diverse vormen van communicatie in te zetten en te analyseren op de doelmatigheid. De student heeft zich op de hoogte gesteld van de mogelijkheden binnen de school en gebruikt deze mogelijkheden zo optimaal mogelijk.
    • De student plant zijn eigen stagewerkzaamheden en pleegt waar nodig en wenselijk overleg met stagebegeleider op de stageschool en stagecoŲrdinator van de opleiding. De student werkt samen binnen het team van de school en de sectie van de vakdocenten.
    • De student zorgt voor een veilige leeromgeving waarin leerlingen zo goed mogelijk tot leren kunnen komen.
    • De student past diverse theorieŽn uit de algemene en vakdidactiek toe in de lessen die de student geeft.
    • De student gebruikt verhalen en andere bronnen uit diverse levensbeschouwelijke tradities om onder meer de kennis over de diversiteit aan levensbeschouwelijke opvattingen te verhelderen, te verbreden en te verdiepen tijdens de lessen.
    • De student maakt lesplannen per les en per serie lessen, op dat hij overzicht heeft over te behalen leerdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden en gedrag.
    • De student is in staat op problemen te benoemen en hierbij oplossingsstrategieŽn te bedenken, die gekoppeld worden aan opgedane kennis en ervaringen.
  • 19HBVSD3 Stage 3 Docent religie levensbeschouwing
     
    6ec
    20cu
    • de student reflecteert op de eigen persoonsontwikkeling en maakt hiervan verslagen.
  • 19HBVSLB Studieloopbaanbegeleiding hoofdfase
    LV
    1ec
    12cu
  •  
     
    30ec
    188cu

startbekwaamfase

In het vierde jaar van de opleiding is alles er op gericht dat de student daadwerkelijk kan starten in het beroep waartoe wordt opgeleid. De student toont aan dat hij zelfstandig kan opereren binnen het beroepenveld en laat zien dat hij op bachelor niveau de daarbij behorende taken kan uitvoeren.

Studiejaar 2021-2022

  • Semester 1
    • Studenten benoemen centrale ecclesiologische themaís.
    • Studenten verwoorden de betekenis en de functie van de Kerk in de heilsdialoog van God met de mens.
    • Studenten benoemen verschillende wijzen van reflectie (bijbels, historisch, leerambtelijk, oecumenisch, dogmatisch)op de "Kerk" .
    • Studenten leggen uit wat het sacramentele merkteken is.
    • Studenten hanteren de begrippen zichtbaarheid en onzichtbaarheid op correcte wijze in sacramententheologische kwesties
    • Studenten benoemen het verschil tussen vruchtbaarheid en geldigheid en verbinden dit met de theologie van de rechtvaardiging, de pneumatologie en de christologie.
    • Studenten verwoorden de antropologische grond van de sacramenten en verbinden deze met de christologie
    • Studenten benoemen de zeven sacramenten, verwoorden hun onderlinge samenhang en betekenis en benoemen van elke de belangrijkste eigenschappen.
    • Studenten beschrijven de hoofdlijnen van de geschiedenis van het sacramentsbegrip van de oude mysteriecultus via Tertullianusí introductie van het Latijnse sacramentum en Augustinusí definitie van sacrament als teken tot de definitie van Thomas van Aquino
    • Studenten kunnen constituerende praktijken voor de kerk benoemen en relateren aan de zending van de kerk
  • 19SSTKSA Kerk en sacramenten
    WS,KT
    5ec
    36cu
    • Studenten onderzoeken vakdidactische vraagstukken over het eigen handelen met behulp van literatuur en van empirische dataverzameling en -analyse
  • 19SPTADR Afstudeeronderzoek Drl
    AO
    1ec
    8cu
    • De student kent de mogelijkheden en grenzen van het filosofisch spreken over God.
  • 19SWBFGL Filosofische godsleer
    WS
    3ec
    24cu
  • 19SWBSFH Sociale filosofie en humanistiek
     
    4ec
    30cu
    • De student schrijft een stageverslag op basis van de eisen zoals vermeld in de stagehandleiding. Zij/hij evalueert de eigen ervaringen en reflecteert op de eigen stage aan de hand van vooraf (en indien gewenst tijdens de stage) geformuleerde leerdoelen.
    • Persoonlijke ontwikkeling: De student/e werkt met een open houding, is in staat feedback te geven en te ontvangen. De student/e kijkt kritisch naar het eigen handelen, reflecteert hierop en maakt gebruik van handelingsalternatieven indien nodig.
    • De student weet een band op te bouwen met de leerlingen en deze in te zetten in het werk- en leerproces dat door de student wordt aangestuurd en begeleid.
    • De student is in staat diverse vormen van communicatie in te zetten en te analyseren op de doelmatigheid. De student heeft zich op de hoogte gesteld van de mogelijkheden binnen de school en gebruikt deze mogelijkheden zo optimaal mogelijk. De student is o
    • De student heeft zich inhoudelijk goed voorbereid op de kennisoverdracht in de lessen en is op de hoogte van theorieŽn hoe dat het beste aangepakt kan worden.
    • De student is in staat diverse vormen van communicatie in te zetten en te analyseren op de doelmatigheid. De student heeft zich op de hoogte gesteld van de mogelijkheden binnen de school en gebruikt deze mogelijkheden zo optimaal mogelijk. De student is o
    • De student plant zijn eigen stagewerkzaamheden en pleegt waar nodig en wenselijk overleg met stagebegeleider op de stageschool en stagecoŲrdinator van de opleiding. De student werkt samen binnen het team van de school en de sectie van de vakdocenten. Indi
    • De student zorgt voor een veilige leeromgeving waarin leerlingen zo goed mogelijk tot leren kunnen komen.
    • De student gebruikt verhalen en andere bronnen uit diverse levensbeschouwelijke tradities om onder meer de kennis over de diversiteit aan levensbeschouwelijke opvattingen te verhelderen, te verbreden en te verdiepen tijdens de lessen. Zij/hij past zelfsta
    • De student maakt lesplannen per les en per serie lessen, op dat hij overzicht heeft over te behalen leerdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden en gedrag.
    • De student gebruikt verhalen en andere bronnen uit diverse levensbeschouwelijke tradities om onder meer de kennis over de diversiteit aan levensbeschouwelijke opvattingen te verhelderen, te verbreden en te verdiepen tijdens de lessen. Zij/hij past zelfsta
    • De student is in staat problemen te benoemen en hierbij oplossingsstrategieŽn te bedenken, die gekoppeld worden aan opgedane kennis en ervaringen. Zij/hij is in staat deze om te zetten tot een onderzoeksvraag naar de onderwijspraktijk binnen de school opd
  • 19SBVSD4 Stage 4 Docent religie levensbeschouwing
     
    8ec
    14cu
    • De student kan feedback geven aan medestudenten
    • De student is in staat om bronnen te waarderen
    • De student kan meewerken aan een website en hierop posts publiceren
    • De student kan betekenisvolle lessen levensbeschouwing/godsdienst ontwikkelen
    • De student kan een vertaalslag maken van theorie naar lespraktijk
    • De student is in staat om bronnen te waarderen
    • De student kan gebruik maken van verschillende werkvormen die aansluiten bij de inhoud
  • 19SSWGVO Godsdiensten in het V.O.
    LV,WS
    3ec
    24cu
    • Je kan de vormen van leerbegeleiding op een school benoemen. Je plaatst deze in de context van de pedagogische keuzes die een school gemaakt heeft. Je benoemt gevolgen van de keuze van een school welke soorten leerlingbegeleiding aangeboden wordt en ho
    • Je kent reductietechnieken voor faalangst. Je benoemt de mogelijkheden om faalangstig gedrag van leerlingen te onderkennen tijdens de lessen. Je benoemt mogelijke aanpakken van faalangst binnen en buiten de lessen.
    • Je kent de beperkingen en mogelijkheden van de volgende gesprekstechnieken en weet deze in te zetten: ē Diagnose-recept ē Participatie ē Twee kolommen ē Slecht nieuws ē Conflictoplossing
    • Je herken de problematiek bij leerlingen van ASS, ODD, ADHD. Je kent de aandachtspunten bij deze problematiek. Je weet hoe te handelen en kan dat verantwoorden. Je kan een behandelingsplan voor de aanpak in de les opstellen met collegaís.
    • Je kan de vormen van leerbegeleiding op een school benoemen. Je plaatst deze in de context van de pedagogische keuzes die een school gemaakt heeft. Je benoemt gevolgen van de keuze van een school welke soorten leerlingbegeleiding aangeboden wordt en ho
    • Je kent verschillende interventies die een docent kan doen om leerlingen te begeleiden op groepsniveau en individueel niveau. Je kent verschillende manieren om pedagogisch te handelen en kunt je keuze voor een bepaald scenario in een bepaalde situatie ve
    • Je kent reductietechnieken voor faalangst. Je benoemt de mogelijkheden om faalangstig gedrag van leerlingen te onderkennen tijdens de lessen. Je benoemt mogelijke aanpakken van faalangst binnen en buiten de lessen.
    • Je kent de beperkingen en mogelijkheden van de volgende gesprekstechnieken en weet deze in te zetten: ē Diagnose-recept ē Participatie ē Twee kolommen ē Slecht nieuws ē Conflictoplossing
    • Je herken de problematiek bij leerlingen van ASS, ODD, ADHD. Je kent de aandachtspunten bij deze problematiek. Je weet hoe te handelen en kan dat verantwoorden. Je kan een behandelingsplan voor de aanpak in de les opstellen met collegaís.
  • 19SBVLB2 Leerlingbegeleiding 2
    OT
    2ec
    16cu
    • De student kan als toekomstig geestelijk begeleider dan wel als docent religie/levensbeschouwing op verantwoorde wijze met morele kwesties omgaan door in het licht van christelijke ervaringen en door toepassing van beginselen, bronnen en methoden vanuit d
    • De student heeft kennis van en inzicht in de basisbegrippen, kernproblemen en methoden van de moraaltheologie. kennis: definiŽren en vertellen in eigen woorden inzicht: onderscheiden, in onderlinge samenhang brengen en waarderen
    • De student kan als toekomstig geestelijk begeleider dan wel als docent religie/levensbeschouwing op verantwoorde wijze met morele kwesties omgaan door in het licht van christelijke ervaringen en door toepassing van beginselen, bronnen en methoden vanuit d
    • De student heeft kennis van en inzicht in de basisbegrippen, kernproblemen en methoden van de moraaltheologie. kennis: definiŽren en vertellen in eigen woorden inzicht: onderscheiden, in onderlinge samenhang brengen en waarderen
    • De student kan als toekomstig geestelijk begeleider dan wel als docent religie/levensbeschouwing op verantwoorde wijze met morele kwesties omgaan door in het licht van christelijke ervaringen en door toepassing van beginselen, bronnen en methoden vanuit d
    • De student heeft kennis van en inzicht in de basisbegrippen, kernproblemen en methoden van de moraaltheologie. kennis: definiŽren en vertellen in eigen woorden inzicht: onderscheiden, in onderlinge samenhang brengen en waarderen
    • De student heeft kennis van en inzicht in de basisbegrippen, kernproblemen en methoden van de moraaltheologie. kennis: definiŽren en vertellen in eigen woorden inzicht: onderscheiden, in onderlinge samenhang brengen en waarderen
    • De student heeft kennis van en inzicht in de basisbegrippen, kernproblemen en methoden van de moraaltheologie. kennis: definiŽren en vertellen in eigen woorden inzicht: onderscheiden, in onderlinge samenhang brengen en waarderen
    • De student heeft kennis van en inzicht in de basisbegrippen, kernproblemen en methoden van de moraaltheologie. kennis: definiŽren en vertellen in eigen woorden inzicht: onderscheiden, in onderlinge samenhang brengen en waarderen
  • 19SSTIMO Inleiding moraaltheologie
    CT
    5ec
    32cu
  •  
     
    31ec
    184cu
  • Semester 2
    • De student kan aan de begrippen natuur, zonde en genade gerelateerde (paulijnse) schriftpassages theologisch becommentariŽren
    • De student brengt de thema's uit het college in verband met hedendaagse vragen rond wie de mens is en wat de betekenis is van zijn/haar leven.
    • De student benoemt complexere vraagstukken op het terrein van de scheppingstheologie, de leer van de zonde en de erfzonde, de verlossingsleer, de pneumatologie en de eschatologie en kan verschillende theologische posities benoemen en onderscheiden.
  • 19SSTTAN Theologische antropologie
    KT,WS
    5ec
    32cu
    • Studenten onderzoeken vakdidactische vraagstukken over het eigen handelen met behulp van literatuur en van empirische dataverzameling en -analyse
  • 19SPTADR Afstudeeronderzoek Drl
    AO
    6ec
    20cu
  • 19SWBFLB Filosofie en levensbeschouwing
     
    5ec
    34cu
    • De student schrijft een stageverslag op basis van de eisen zoals vermeld in de stagehandleiding. Zij/hij evalueert de eigen ervaringen en reflecteert op de eigen stage aan de hand van vooraf (en indien gewenst tijdens de stage) geformuleerde leerdoelen.
    • Persoonlijke ontwikkeling: De student/e werkt met een open houding, is in staat feedback te geven en te ontvangen. De student/e kijkt kritisch naar het eigen handelen, reflecteert hierop en maakt gebruik van handelingsalternatieven indien nodig.
    • De student weet een band op te bouwen met de leerlingen en deze in te zetten in het werk- en leerproces dat door de student wordt aangestuurd en begeleid.
    • De student is in staat diverse vormen van communicatie in te zetten en te analyseren op de doelmatigheid. De student heeft zich op de hoogte gesteld van de mogelijkheden binnen de school en gebruikt deze mogelijkheden zo optimaal mogelijk. De student is o
    • De student heeft zich inhoudelijk goed voorbereid op de kennisoverdracht in de lessen en is op de hoogte van theorieŽn hoe dat het beste aangepakt kan worden.
    • De student is in staat diverse vormen van communicatie in te zetten en te analyseren op de doelmatigheid. De student heeft zich op de hoogte gesteld van de mogelijkheden binnen de school en gebruikt deze mogelijkheden zo optimaal mogelijk. De student is o
    • De student plant zijn eigen stagewerkzaamheden en pleegt waar nodig en wenselijk overleg met stagebegeleider op de stageschool en stagecoŲrdinator van de opleiding. De student werkt samen binnen het team van de school en de sectie van de vakdocenten. Indi
    • De student zorgt voor een veilige leeromgeving waarin leerlingen zo goed mogelijk tot leren kunnen komen.
    • De student gebruikt verhalen en andere bronnen uit diverse levensbeschouwelijke tradities om onder meer de kennis over de diversiteit aan levensbeschouwelijke opvattingen te verhelderen, te verbreden en te verdiepen tijdens de lessen. Zij/hij past zelfsta
    • De student maakt lesplannen per les en per serie lessen, op dat hij overzicht heeft over te behalen leerdoelen op het gebied van kennis, vaardigheden en gedrag.
    • De student gebruikt verhalen en andere bronnen uit diverse levensbeschouwelijke tradities om onder meer de kennis over de diversiteit aan levensbeschouwelijke opvattingen te verhelderen, te verbreden en te verdiepen tijdens de lessen. Zij/hij past zelfsta
    • De student is in staat problemen te benoemen en hierbij oplossingsstrategieŽn te bedenken, die gekoppeld worden aan opgedane kennis en ervaringen. Zij/hij is in staat deze om te zetten tot een onderzoeksvraag naar de onderwijspraktijk binnen de school opd
  • 19SBVSD4 Stage 4 Docent religie levensbeschouwing
     
    2ec
    10cu
    • Studenten reflecteren op zich zelf in het licht van het beroep waarop zij zich voorbereiden.
  • 19SBVSLB Studieloopbaanbegeleiding jaar 4
     
    1ec
    10cu
    • Maken van levensbeschouwelijke analyses van films, televisieprogrammaís en/ of YouTube kanalen.
    • Toepassen van opgedane kennis en vaardigheden door het maken van multimediale lessen voor het vak Godsdienst-Levensbeschouwing.
    • Kennis verwerven van mediatheorieŽn, van analysemodellen voor tv en film en van multimediaal lesmateriaal
    • Doelgericht werken aan de eigen mediawijsheid/ digitale geletterdheid (eigen vaardigheid).
    • Toepassen van opgedane kennis en vaardigheden door het maken van multimediale lessen voor het vak Godsdienst-Levensbeschouwing.
    • Kennis verwerven van mediatheorieŽn, van analysemodellen voor tv en film en van multimediaal lesmateriaal
  • 19SSWOME Onderwijs en media
    OT,PR
    5ec
    32cu
    • Studenten leren de themaís uit de KSL te verbinden met structuur, doelstellingen, en werkwijze van de werkvelden caritas en diaconie in parochies, en met de aard van instellingen in instellingenpastoraat en onderwijs.
    • Studenten verwerven inzicht in het sociaal maatschappelijk functioneren van de KSL sedert 1965 (einde van het Tweede Vaticaans Concilie).
    • Studenten leren een encycliek te lezen in de zin van beschrijvend samenvatten, interptere, analyseren en evalueren.
    • Studenten krijgen kennis van en inzicht in de historische ontwikkeling van de Katholieke Sociale Leer van 1891 tot nu door een overzicht van sociale encyclieken.
  • 19SSTBMO Bijzondere moraaltheologie
     
    5ec
    32cu
  •  
     
    29ec
    170cu

Idee en vormgeving Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Doorontwikkeling en technische realisatie Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing. © Copyright Fontys Hogescholen.