Logo Fontys Hogeschool Theologie LevensbeschouwingPlay the games! logo TeO

Master Godsdienst-Pastoraal Werk (in 3 jaar)

Masterfase

Studiejaar 2017-2018

  • Semester 1
    • M.1 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger kan kennis over en inzicht in de praktijk overzien. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. Daarbij ontwerpt hij zelfstandig op basis van een in beleidstermen geformuleerde visie na te streven doelstellingen die recht doen aan verschillen tussen pastoranten/ cliënten, en dit omzet in leeractiviteiten met aandacht voor differentiatie en gevarieerde werkvormen. Hij speelt bij de uitvoering in op het proces, evalueert dit en betrekt bij dit alles ook de pastoranten / cliënten. Hij stimuleert de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke en morele sensibiliteit van pastoranten /cliënten en begeleidt hen bij het opstellen en verantwoorden van levensbeschouwelijke en ethische redeneringen en gedrag.
    • M.1.10 begeleidt de levensbeschouwelijke, morele en ethische uitingen van zijn pastoranten /cliënten.
    • M.1.15 gebruikt huidige toepassingen van zijn vakgebied
    • M.1.17 Is onderlegd om ethische vragen en perspectieven aan de orde te stellen.
    • M.1.4 ontwikkelt instrumenten van pastorale diagnostiek op proces en productniveau waarmee de beoogde gedragsverandering op verantwoorde en adequate manier begeleid en geëvalueerd wordt.
    • M.1.6 ondersteunt de pastoranten /cliënten in hun lerende houding, door levensvragen, wensen en verlangens te signaleren, te benoemen en er effectief op te reageren.
    • M.1.9 geeft een heldere opbouw in de stof en methode aan en schakelt waar nodig tussen theorie en praktijk.
    • M.2.3 gaat professionele relaties aan met pastoranten /cliënten en hanteert binnen zijn communicatie op professionele wijze de spanning tussen afstand en nabijheid.
    • M.2.6 doet recht aan levensbeschouwelijke overeenkomsten en verschillen tussen pastoranten /cliënten en tussen medewerkers en pastoranten /cliënten.
    • M.3.12 begeleidt en stimuleert de pastoranten /cliënten bij hun zoektocht naar de eigen levensbeschouwelijke identiteit en weet deze te plaatsen in een breder kader van levensgeschiedenis en cultuur.
    • M.7.4 werkt op een planmatige manier aan zijn eigen beroepsontwikkeling en spiritualiteit.
  • 2200LVPTMG Methoden van geestelijke verzorging
    LV,WS
    3ec
    16cu
    • M.5.1 behartigt en realiseert de belangen van het team op een verantwoorde wijze binnen de grenzen van waar hij toe bevoegd en in staat is.
    • M.5.2 vraagt hulp van en biedt hulp aan collega’s.
    • M.7.1 beschrijft gericht op de feitelijke situaties de eigen kwaliteiten.
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
    • M.7.6 is flexibel en hanteert stressvolle situaties door zich aan te passen aan veranderende omstandigheden en beschikt over gedragsalternatieven.
  • 2200LLSWLT Leiderschap en teamvorming
    WS
    2ec
    12cu
    • M.4 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger hanteert zelfstandig een effectieve vorm van time- en taakmanagement m.b.t. activiteiten binnen en buiten het werk, voor zichzelf, voor medewerkers en pastoranten /cliënten en voor de organisatie. Hij richt de werkruimtes op een veilige en doelmatige manier in en stemt de activiteiten in uiteenlopende leeromgevingen op elkaar af. Hij treedt regulerend en ordenend op in onverwachte situaties. Hij administreert relevante informatie.
    • M.4.1 geeft duidelijk aan wat doel, inhoud, vorm, structuur en relevantie van de activiteit is.
    • M.6.4 verantwoordt zijn professionele opvattingen, werkwijze en benadering aan werkgever en andere belanghebbenden.
  • 2200LLSWMO Management en organisatie
    WS,CT
    2ec
    14cu
  • 2200LIBVSB Studieloopbaanbegeleiding master jr1
     
    0ec
    4cu
    • M.1 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger kan kennis over en inzicht in de praktijk overzien. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. Daarbij ontwerpt hij zelfstandig op basis van een in beleidstermen geformuleerde visie na te streven doelstellingen die recht doen aan verschillen tussen pastoranten/ cliënten, en dit omzet in leeractiviteiten met aandacht voor differentiatie en gevarieerde werkvormen. Hij speelt bij de uitvoering in op het proces, evalueert dit en betrekt bij dit alles ook de pastoranten / cliënten. Hij stimuleert de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke en morele sensibiliteit van pastoranten /cliënten en begeleidt hen bij het opstellen en verantwoorden van levensbeschouwelijke en ethische redeneringen en gedrag.
    • M.1.14 heeft overzicht over het werkplan en richt zijn activiteiten dienovereenkomstig in met inbegrip van incidentele aanpassingen
    • M.1.15 gebruikt huidige toepassingen van zijn vakgebied
    • M.1.2 ontwerpt verschillende leertrajecten om tegemoet te komen aan de verschillen in leren en gedrag tussen pastoranten /cliënten (leerstijl, niveau van cognitieve, levensbeschouwelijke en morele en ethische ontwikkeling en wijze van werken) en bevordert hiermee een open en zelfstandige lerende houding bij hen.
    • M.1.6 ondersteunt de pastoranten /cliënten in hun lerende houding, door levensvragen, wensen en verlangens te signaleren, te benoemen en er effectief op te reageren.
    • M.3.4 gebruikt op systematische wijze de input van pastoranten /cliënten in het proces.
    • M.4.1 geeft duidelijk aan wat doel, inhoud, vorm, structuur en relevantie van de activiteit is.
    • M.7.4 werkt op een planmatige manier aan zijn eigen beroepsontwikkeling en spiritualiteit.
  • 2200LIPRGC Training: geloofscommunicatie
    WS
    2ec
    12cu
    • M.8.1 Is in staat een afgebakende probleemstelling te formuleren en de daarin gehanteerde kernbegrippen te verbinden met de theorie
    • M.8.2 Is in staat de keuze voor de gebruikte methode te verantwoorden
    • M.8.3 Is in staat de gekozen methoden verantwoord toe te passen
  • 2200LOSWMO Methoden van onderzoek
     
    2ec
    14cu
    • M.1.11 plaatst de levensbeschouwelijke, religieuze en ethische betekenisverlening in het algemeen en die van de pastorant/ cliënt in een breder kader door deze te ordenen en te (helpen) duiden (hermeneutiek) met gebruikmaking van theologie en verwante wetenschappen.
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
    • M.7.3 weet aan te geven op welke punten de eigen competenties verbeterd kunnen worden.
  • 2200LVSWPP Pastorale psychologie
    WS
    3ec
    16cu
  •  
     
    14ec
    88cu
  • Semester 2
    • M.1.3 daagt uit tot synthetiseren, analyseren en creatief denken (out of the box).
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
    • M.7.8 staat open voor visies en ideeën van anderen en beproeft ze daadwerkelijk.
    • M.7.9 brengt onder woorden wat hij belangrijk vindt in zijn beroep en van welke waarden, normen en opvattingen hij uitgaat.
  • 2200LVSTMH Theologie van het maatschappelijk handelen
    WS
    2ec
    16cu
    • M.1 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger kan kennis over en inzicht in de praktijk overzien. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. Daarbij ontwerpt hij zelfstandig op basis van een in beleidstermen geformuleerde visie na te streven doelstellingen die recht doen aan verschillen tussen pastoranten/ cliënten, en dit omzet in leeractiviteiten met aandacht voor differentiatie en gevarieerde werkvormen. Hij speelt bij de uitvoering in op het proces, evalueert dit en betrekt bij dit alles ook de pastoranten / cliënten. Hij stimuleert de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke en morele sensibiliteit van pastoranten /cliënten en begeleidt hen bij het opstellen en verantwoorden van levensbeschouwelijke en ethische redeneringen en gedrag.
    • M.2 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger stimuleert, ook in ietwat lastige groepen medewerkers, pastoranten /cliënten tot gewenst gedrag. Hij spreekt hen zowel individueel als groepsgewijs aan op hun verantwoordelijkheid zodat er een op samenwerking gerichte sfeer ontstaat waarbinnen ruimte is voor medewerkers, pastoranten /cliënten om zich kwetsbaar op te stellen. Daarbinnen kunnen zij ervaringen met betrekking tot levensbeschouwelijke opvattingen, levensvragen en uitingen uitwisselen. Hij beheerst diverse professionele gespreksvaardigheden en past deze zelfstandig toe. Hij is in staat zichzelf kwetsbaar op te stellen door authentiek en open te laten zien op welke wijze hij zelf omgaat met levensbeschouwelijke zaken. Ook is hij in staat om onderlinge samenwerking en een leerproces zo te begeleiden dat een op samenhang en onderlinge uitwisseling van argumenten en gevoelens gerichte sfeer ontstaat op basis van tolerantie en respect.
    • M.3 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding heeft een duidelijk beeld van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep pastoranten /cliënten, analyseert deze en handelt zelfstandig op basis van de bevindingen en reageert op de belemmeringen, die pastoranten /cliënten ervaren in hun sociaalemotionele, levensbeschouwelijke en ethische ontwikkeling. Verder heeft hij een goed beeld van individuele pastoranten /cliënten en signaleert eventuele ontwikkelingsvragen, diagnosticeert deze waar nodig met hulp. Hij begeleidt deze pastoranten /cliënten en evalueert de gekozen aanpak. Hij verantwoordt zijn pedagogische/ agogische opvattingen en de gekozen aanpak.
    • M.4 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger hanteert zelfstandig een effectieve vorm van time- en taakmanagement m.b.t. activiteiten binnen en buiten het werk, voor zichzelf, voor medewerkers en pastoranten /cliënten en voor de organisatie. Hij richt de werkruimtes op een veilige en doelmatige manier in en stemt de activiteiten in uiteenlopende leeromgevingen op elkaar af. Hij treedt regulerend en ordenend op in onverwachte situaties. Hij administreert relevante informatie.
    • M.5 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan verschillende vormen van overleg binnen de organisatie. Hij levert een bijdrage aan het ontwikkelen en realiseren van de (brede) levensbeschouwelijke en ethische identiteit. Collegiale consultatie en intervisie zet hij in als middelen om zijn eigen functioneren te verbeteren. Hij neemt initiatieven met collega’s om het beroep en het vak inhoudelijk en didactisch te verbeteren. Hij structureert en/of initieert veranderingsprocessen.
    • M.6 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan overleg met mensen en instellingen buiten de eigen organisatie: te denken valt aan overheid, bedrijven, zorgorganisaties enzovoort.
    • M.7 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger onderzoekt systematisch zijn werk, beroepshouding en spiritualiteit. Hij betrekt daarbij de feedback van collega’s en begeleiders. Hij benoemt talenten, verbeter punten en leervragen en beschrijft kenmerkende situaties waarin hij daarmee (heeft ge)werkt. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger denkt mee over organisatie brede relevante thema’s, waaronder zijn eventuele ambtelijke positie. Hij is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen het werkveld en is in staat te reflecteren en ontwikkelt zo zijn eigen spiritualiteit in relatie tot de beroepspraktijk en is in staat te reflecteren op de ethische aspecten van zijn arbeid. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding verwoordt zijn beroepsopvatting, houding en spiritualiteit en vanuit welke waarden en normen hij daar vorm aan geeft.
    • M.8 De student kan een kleinschalig praktijkgericht en toegepast onderzoek opzetten, uitvoeren en daarover op adequate wijze rapporteren. De student signaleert en beschrijft een beroepspraktijk waarin verbetering of een andere aanpak mogelijk is.
      De student weet deze signalen in hun context te verstaan en te formuleren in een onderzoekbare vraag. De student kan die vraag vertalen naar het handelen in de beroepspraktijk en toepassen op het eigen beroepsmatig handelen
  • 2200LIBVSG Stage GPW master
    ST,LV
    6ec
    10cu
    • M.2 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger stimuleert, ook in ietwat lastige groepen medewerkers, pastoranten /cliënten tot gewenst gedrag. Hij spreekt hen zowel individueel als groepsgewijs aan op hun verantwoordelijkheid zodat er een op samenwerking gerichte sfeer ontstaat waarbinnen ruimte is voor medewerkers, pastoranten /cliënten om zich kwetsbaar op te stellen. Daarbinnen kunnen zij ervaringen met betrekking tot levensbeschouwelijke opvattingen, levensvragen en uitingen uitwisselen. Hij beheerst diverse professionele gespreksvaardigheden en past deze zelfstandig toe. Hij is in staat zichzelf kwetsbaar op te stellen door authentiek en open te laten zien op welke wijze hij zelf omgaat met levensbeschouwelijke zaken. Ook is hij in staat om onderlinge samenwerking en een leerproces zo te begeleiden dat een op samenhang en onderlinge uitwisseling van argumenten en gevoelens gerichte sfeer ontstaat op basis van tolerantie en respect.
    • M.3 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding heeft een duidelijk beeld van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep pastoranten /cliënten, analyseert deze en handelt zelfstandig op basis van de bevindingen en reageert op de belemmeringen, die pastoranten /cliënten ervaren in hun sociaalemotionele, levensbeschouwelijke en ethische ontwikkeling. Verder heeft hij een goed beeld van individuele pastoranten /cliënten en signaleert eventuele ontwikkelingsvragen, diagnosticeert deze waar nodig met hulp. Hij begeleidt deze pastoranten /cliënten en evalueert de gekozen aanpak. Hij verantwoordt zijn pedagogische/ agogische opvattingen en de gekozen aanpak.
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
  • 2200LIPRCO Training: contextueel opbouwwerk
    LV,CT
    2ec
    16cu
    • M.1.11 plaatst de levensbeschouwelijke, religieuze en ethische betekenisverlening in het algemeen en die van de pastorant/ cliënt in een breder kader door deze te ordenen en te (helpen) duiden (hermeneutiek) met gebruikmaking van theologie en verwante wetenschappen.
    • M.1.5 reflecteert op zijn eigen werkwijze met gebruik van wetenschappelijke inzichten.
    • M.2.1 communiceert verbaal en non-verbaal effectief met gebruikmaking van diverse gesprekstechnieken, zodat het communicatieproces tussen pastoraal werker / geestelijk verzorger en medewerkers, pastoranten /cliënten en tussen medewerkers, pastoranten /cliënten onderling in een veilig klimaat plaatsvindt.
    • M.2.2 toont persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme bij individuele pastoranten /cliënten en groepen.
    • M.2.3 gaat professionele relaties aan met pastoranten /cliënten en hanteert binnen zijn communicatie op professionele wijze de spanning tussen afstand en nabijheid.
    • M.2.6 doet recht aan levensbeschouwelijke overeenkomsten en verschillen tussen pastoranten /cliënten en tussen medewerkers en pastoranten /cliënten.
    • M.2.7 toont zijn eigen gevoelens, meningen, positieve en negatieve ervaringen, indien zij aan het proces en het werkklimaat een positieve bijdrage kunnen leveren op gemeenschap en organisatie, groeps- of individueel niveau.
    • M.3.1 biedt een veilig klimaat waarin pastoranten /cliënten en pastoraal werker / geestelijk verzorger elkaar respectvol behandelen.
    • M.3.10 verwijst zo nodig door.
    • M.3.12 begeleidt en stimuleert de pastoranten /cliënten bij hun zoektocht naar de eigen levensbeschouwelijke identiteit en weet deze te plaatsen in een breder kader van levensgeschiedenis en cultuur.
    • M.3.13 geeft betekenis aan de processen van identiteitsvorming, zingeving en waardenontwikkeling bij de pastoranten /cliënten en wijst op de culturele bepaaldheid daarvan.
    • M.3.3 houdt rekening met verschillen tussen pastoranten /cliënten in cultureel, sociaal en emotioneel opzicht.
    • M.3.4 gebruikt op systematische wijze de input van pastoranten /cliënten in het proces.
    • M.6.1 hanteert relevante gespreksvaardigheden en technieken.
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
    • M.7.3 weet aan te geven op welke punten de eigen competenties verbeterd kunnen worden.
  • 2200LIPRIP Training: individueel pastoraat
    LV
    1ec
    10cu
    • M.3.11 verantwoordt pedagogische / agogische opvattingen en de gekozen aanpak
    • M.3.9 signaleert en benoemt ontwikkelingsvragen en vragen bij het (samen)werken van medewerkers en pastoranten /cliënten.
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
    • M.7.8 staat open voor visies en ideeën van anderen en beproeft ze daadwerkelijk.
  • 2200LLSWAH Agogisch handelen
     
    2ec
    16cu
    • M.8 De student kan een kleinschalig praktijkgericht en toegepast onderzoek opzetten, uitvoeren en daarover op adequate wijze rapporteren. De student signaleert en beschrijft een beroepspraktijk waarin verbetering of een andere aanpak mogelijk is.
      De student weet deze signalen in hun context te verstaan en te formuleren in een onderzoekbare vraag. De student kan die vraag vertalen naar het handelen in de beroepspraktijk en toepassen op het eigen beroepsmatig handelen
    • M.8.1 Is in staat een afgebakende probleemstelling te formuleren en de daarin gehanteerde kernbegrippen te verbinden met de theorie
    • M.8.2 Is in staat de keuze voor de gebruikte methode te verantwoorden
    • M.8.3 Is in staat de gekozen methoden verantwoord toe te passen
    • M.8.4 Is in staat de onderzoeksgegevens geordend en zakelijk weer te geven
    • M.8.5 Is in staat een kleinschalig bronnenonderzoek op te zetten en uit te voeren
    • M.8.6 Is in staat de onderzoeksresultaten zakelijk en op een geordende wijze weer te geven
    • M.8.7 Is in staat de onderzoeksresultaten te interpreteren en te analyseren in het licht van de vraagstelling
    • M.8.8 Is in staat conclusies te trekken uit de geïnterpreteerde en geanalyseerde onderzoeksresultaten en daarmee antwoord te geven op de onderzoeksvraag
    • M.8.9 Is in staat over het onderzoek te rapporteren conform wetenschappelijke vormeisen
  • 2200LOSWDI Datainterpretatie
    WS
    2ec
    14cu
  •  
     
    15ec
    82cu

Studiejaar 2018-2019

  • Semester 1
    • M.1.3 daagt uit tot synthetiseren, analyseren en creatief denken (out of the box).
    • M.1.5 reflecteert op zijn eigen werkwijze met gebruik van wetenschappelijke inzichten.
    • M.5.5 verantwoordt zijn opvattingen en werkwijze aangaande samenwerken met collega’s binnen het team en binnen de organisatie.
    • M.7.7 volgt nieuwe ontwikkelingen rond zijn vak en beroep op de voet.
  • 2200LVSTTA Theologie van het ambt
    KT
    3ec
    16cu
  • 2200LIBVVV Vieren en verkondigen
    WS
    1ec
    16cu
    • M.1 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger kan kennis over en inzicht in de praktijk overzien. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. Daarbij ontwerpt hij zelfstandig op basis van een in beleidstermen geformuleerde visie na te streven doelstellingen die recht doen aan verschillen tussen pastoranten/ cliënten, en dit omzet in leeractiviteiten met aandacht voor differentiatie en gevarieerde werkvormen. Hij speelt bij de uitvoering in op het proces, evalueert dit en betrekt bij dit alles ook de pastoranten / cliënten. Hij stimuleert de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke en morele sensibiliteit van pastoranten /cliënten en begeleidt hen bij het opstellen en verantwoorden van levensbeschouwelijke en ethische redeneringen en gedrag.
    • M.2 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger stimuleert, ook in ietwat lastige groepen medewerkers, pastoranten /cliënten tot gewenst gedrag. Hij spreekt hen zowel individueel als groepsgewijs aan op hun verantwoordelijkheid zodat er een op samenwerking gerichte sfeer ontstaat waarbinnen ruimte is voor medewerkers, pastoranten /cliënten om zich kwetsbaar op te stellen. Daarbinnen kunnen zij ervaringen met betrekking tot levensbeschouwelijke opvattingen, levensvragen en uitingen uitwisselen. Hij beheerst diverse professionele gespreksvaardigheden en past deze zelfstandig toe. Hij is in staat zichzelf kwetsbaar op te stellen door authentiek en open te laten zien op welke wijze hij zelf omgaat met levensbeschouwelijke zaken. Ook is hij in staat om onderlinge samenwerking en een leerproces zo te begeleiden dat een op samenhang en onderlinge uitwisseling van argumenten en gevoelens gerichte sfeer ontstaat op basis van tolerantie en respect.
    • M.3 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding heeft een duidelijk beeld van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep pastoranten /cliënten, analyseert deze en handelt zelfstandig op basis van de bevindingen en reageert op de belemmeringen, die pastoranten /cliënten ervaren in hun sociaalemotionele, levensbeschouwelijke en ethische ontwikkeling. Verder heeft hij een goed beeld van individuele pastoranten /cliënten en signaleert eventuele ontwikkelingsvragen, diagnosticeert deze waar nodig met hulp. Hij begeleidt deze pastoranten /cliënten en evalueert de gekozen aanpak. Hij verantwoordt zijn pedagogische/ agogische opvattingen en de gekozen aanpak.
    • M.4 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger hanteert zelfstandig een effectieve vorm van time- en taakmanagement m.b.t. activiteiten binnen en buiten het werk, voor zichzelf, voor medewerkers en pastoranten /cliënten en voor de organisatie. Hij richt de werkruimtes op een veilige en doelmatige manier in en stemt de activiteiten in uiteenlopende leeromgevingen op elkaar af. Hij treedt regulerend en ordenend op in onverwachte situaties. Hij administreert relevante informatie.
    • M.5 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan verschillende vormen van overleg binnen de organisatie. Hij levert een bijdrage aan het ontwikkelen en realiseren van de (brede) levensbeschouwelijke en ethische identiteit. Collegiale consultatie en intervisie zet hij in als middelen om zijn eigen functioneren te verbeteren. Hij neemt initiatieven met collega’s om het beroep en het vak inhoudelijk en didactisch te verbeteren. Hij structureert en/of initieert veranderingsprocessen.
    • M.6 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan overleg met mensen en instellingen buiten de eigen organisatie: te denken valt aan overheid, bedrijven, zorgorganisaties enzovoort.
    • M.7 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger onderzoekt systematisch zijn werk, beroepshouding en spiritualiteit. Hij betrekt daarbij de feedback van collega’s en begeleiders. Hij benoemt talenten, verbeter punten en leervragen en beschrijft kenmerkende situaties waarin hij daarmee (heeft ge)werkt. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger denkt mee over organisatie brede relevante thema’s, waaronder zijn eventuele ambtelijke positie. Hij is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen het werkveld en is in staat te reflecteren en ontwikkelt zo zijn eigen spiritualiteit in relatie tot de beroepspraktijk en is in staat te reflecteren op de ethische aspecten van zijn arbeid. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding verwoordt zijn beroepsopvatting, houding en spiritualiteit en vanuit welke waarden en normen hij daar vorm aan geeft.
    • M.8 De student kan een kleinschalig praktijkgericht en toegepast onderzoek opzetten, uitvoeren en daarover op adequate wijze rapporteren. De student signaleert en beschrijft een beroepspraktijk waarin verbetering of een andere aanpak mogelijk is.
      De student weet deze signalen in hun context te verstaan en te formuleren in een onderzoekbare vraag. De student kan die vraag vertalen naar het handelen in de beroepspraktijk en toepassen op het eigen beroepsmatig handelen
  • 2200LIBVSG Stage GPW master
    LV,ST
    5ec
    10cu
  • 2200LIBVSB Studieloopbaanbegeleiding master jr2
     
    0ec
    4cu
  • 2200LIPRVK Training: verkondiging
     
    1ec
    10cu
    • M.5.6 plaatst de (brede) identiteit van de organisatie in een ruimer kader
    • M.7 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger onderzoekt systematisch zijn werk, beroepshouding en spiritualiteit. Hij betrekt daarbij de feedback van collega’s en begeleiders. Hij benoemt talenten, verbeter punten en leervragen en beschrijft kenmerkende situaties waarin hij daarmee (heeft ge)werkt. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger denkt mee over organisatie brede relevante thema’s, waaronder zijn eventuele ambtelijke positie. Hij is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen het werkveld en is in staat te reflecteren en ontwikkelt zo zijn eigen spiritualiteit in relatie tot de beroepspraktijk en is in staat te reflecteren op de ethische aspecten van zijn arbeid. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding verwoordt zijn beroepsopvatting, houding en spiritualiteit en vanuit welke waarden en normen hij daar vorm aan geeft.
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
  • 2200LLSWON Ondernemerschap
    WS
    2ec
    12cu
    • M.3 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding heeft een duidelijk beeld van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep pastoranten /cliënten, analyseert deze en handelt zelfstandig op basis van de bevindingen en reageert op de belemmeringen, die pastoranten /cliënten ervaren in hun sociaalemotionele, levensbeschouwelijke en ethische ontwikkeling. Verder heeft hij een goed beeld van individuele pastoranten /cliënten en signaleert eventuele ontwikkelingsvragen, diagnosticeert deze waar nodig met hulp. Hij begeleidt deze pastoranten /cliënten en evalueert de gekozen aanpak. Hij verantwoordt zijn pedagogische/ agogische opvattingen en de gekozen aanpak.
    • M.3.1 biedt een veilig klimaat waarin pastoranten /cliënten en pastoraal werker / geestelijk verzorger elkaar respectvol behandelen.
    • M.3.13 geeft betekenis aan de processen van identiteitsvorming, zingeving en waardenontwikkeling bij de pastoranten /cliënten en wijst op de culturele bepaaldheid daarvan.
    • M.3.6 stimuleert het bespreken van normen en waarden tussen pastoranten /cliënten.
    • M.5 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan verschillende vormen van overleg binnen de organisatie. Hij levert een bijdrage aan het ontwikkelen en realiseren van de (brede) levensbeschouwelijke en ethische identiteit. Collegiale consultatie en intervisie zet hij in als middelen om zijn eigen functioneren te verbeteren. Hij neemt initiatieven met collega’s om het beroep en het vak inhoudelijk en didactisch te verbeteren. Hij structureert en/of initieert veranderingsprocessen.
    • M.6 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan overleg met mensen en instellingen buiten de eigen organisatie: te denken valt aan overheid, bedrijven, zorgorganisaties enzovoort.
    • M.7 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger onderzoekt systematisch zijn werk, beroepshouding en spiritualiteit. Hij betrekt daarbij de feedback van collega’s en begeleiders. Hij benoemt talenten, verbeter punten en leervragen en beschrijft kenmerkende situaties waarin hij daarmee (heeft ge)werkt. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger denkt mee over organisatie brede relevante thema’s, waaronder zijn eventuele ambtelijke positie. Hij is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen het werkveld en is in staat te reflecteren en ontwikkelt zo zijn eigen spiritualiteit in relatie tot de beroepspraktijk en is in staat te reflecteren op de ethische aspecten van zijn arbeid. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding verwoordt zijn beroepsopvatting, houding en spiritualiteit en vanuit welke waarden en normen hij daar vorm aan geeft.
    • M.7.8 staat open voor visies en ideeën van anderen en beproeft ze daadwerkelijk.
    • M.7.9 brengt onder woorden wat hij belangrijk vindt in zijn beroep en van welke waarden, normen en opvattingen hij uitgaat.
    • M.8 De student kan een kleinschalig praktijkgericht en toegepast onderzoek opzetten, uitvoeren en daarover op adequate wijze rapporteren. De student signaleert en beschrijft een beroepspraktijk waarin verbetering of een andere aanpak mogelijk is.
      De student weet deze signalen in hun context te verstaan en te formuleren in een onderzoekbare vraag. De student kan die vraag vertalen naar het handelen in de beroepspraktijk en toepassen op het eigen beroepsmatig handelen
    • M.8.1 Is in staat een afgebakende probleemstelling te formuleren en de daarin gehanteerde kernbegrippen te verbinden met de theorie
  • 2200LVKKTI Themacollege 1: Orthodoxie en secularisatie
    PR,ES
    4ec
    10cu
  •  
     
    16ec
    78cu
  • Semester 2
    • M.1 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger kan kennis over en inzicht in de praktijk overzien. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. Daarbij ontwerpt hij zelfstandig op basis van een in beleidstermen geformuleerde visie na te streven doelstellingen die recht doen aan verschillen tussen pastoranten/ cliënten, en dit omzet in leeractiviteiten met aandacht voor differentiatie en gevarieerde werkvormen. Hij speelt bij de uitvoering in op het proces, evalueert dit en betrekt bij dit alles ook de pastoranten / cliënten. Hij stimuleert de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke en morele sensibiliteit van pastoranten /cliënten en begeleidt hen bij het opstellen en verantwoorden van levensbeschouwelijke en ethische redeneringen en gedrag.
    • M.2 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger stimuleert, ook in ietwat lastige groepen medewerkers, pastoranten /cliënten tot gewenst gedrag. Hij spreekt hen zowel individueel als groepsgewijs aan op hun verantwoordelijkheid zodat er een op samenwerking gerichte sfeer ontstaat waarbinnen ruimte is voor medewerkers, pastoranten /cliënten om zich kwetsbaar op te stellen. Daarbinnen kunnen zij ervaringen met betrekking tot levensbeschouwelijke opvattingen, levensvragen en uitingen uitwisselen. Hij beheerst diverse professionele gespreksvaardigheden en past deze zelfstandig toe. Hij is in staat zichzelf kwetsbaar op te stellen door authentiek en open te laten zien op welke wijze hij zelf omgaat met levensbeschouwelijke zaken. Ook is hij in staat om onderlinge samenwerking en een leerproces zo te begeleiden dat een op samenhang en onderlinge uitwisseling van argumenten en gevoelens gerichte sfeer ontstaat op basis van tolerantie en respect.
    • M.3 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding heeft een duidelijk beeld van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep pastoranten /cliënten, analyseert deze en handelt zelfstandig op basis van de bevindingen en reageert op de belemmeringen, die pastoranten /cliënten ervaren in hun sociaalemotionele, levensbeschouwelijke en ethische ontwikkeling. Verder heeft hij een goed beeld van individuele pastoranten /cliënten en signaleert eventuele ontwikkelingsvragen, diagnosticeert deze waar nodig met hulp. Hij begeleidt deze pastoranten /cliënten en evalueert de gekozen aanpak. Hij verantwoordt zijn pedagogische/ agogische opvattingen en de gekozen aanpak.
    • M.4 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger hanteert zelfstandig een effectieve vorm van time- en taakmanagement m.b.t. activiteiten binnen en buiten het werk, voor zichzelf, voor medewerkers en pastoranten /cliënten en voor de organisatie. Hij richt de werkruimtes op een veilige en doelmatige manier in en stemt de activiteiten in uiteenlopende leeromgevingen op elkaar af. Hij treedt regulerend en ordenend op in onverwachte situaties. Hij administreert relevante informatie.
    • M.5 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan verschillende vormen van overleg binnen de organisatie. Hij levert een bijdrage aan het ontwikkelen en realiseren van de (brede) levensbeschouwelijke en ethische identiteit. Collegiale consultatie en intervisie zet hij in als middelen om zijn eigen functioneren te verbeteren. Hij neemt initiatieven met collega’s om het beroep en het vak inhoudelijk en didactisch te verbeteren. Hij structureert en/of initieert veranderingsprocessen.
    • M.6 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger neemt actief deel aan overleg met mensen en instellingen buiten de eigen organisatie: te denken valt aan overheid, bedrijven, zorgorganisaties enzovoort.
    • M.7 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger onderzoekt systematisch zijn werk, beroepshouding en spiritualiteit. Hij betrekt daarbij de feedback van collega’s en begeleiders. Hij benoemt talenten, verbeter punten en leervragen en beschrijft kenmerkende situaties waarin hij daarmee (heeft ge)werkt. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger denkt mee over organisatie brede relevante thema’s, waaronder zijn eventuele ambtelijke positie. Hij is op de hoogte van actuele ontwikkelingen binnen het werkveld en is in staat te reflecteren en ontwikkelt zo zijn eigen spiritualiteit in relatie tot de beroepspraktijk en is in staat te reflecteren op de ethische aspecten van zijn arbeid. De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding verwoordt zijn beroepsopvatting, houding en spiritualiteit en vanuit welke waarden en normen hij daar vorm aan geeft.
    • M.8 De student kan een kleinschalig praktijkgericht en toegepast onderzoek opzetten, uitvoeren en daarover op adequate wijze rapporteren. De student signaleert en beschrijft een beroepspraktijk waarin verbetering of een andere aanpak mogelijk is.
      De student weet deze signalen in hun context te verstaan en te formuleren in een onderzoekbare vraag. De student kan die vraag vertalen naar het handelen in de beroepspraktijk en toepassen op het eigen beroepsmatig handelen
  • 2200LIBVSG Stage GPW master
    LV,ST
    6ec
    10cu
    • M.1.1 zorgt voor betekenisvolle en toepassingsgerichte (leer)activiteiten voor zowel individuen als groepen.
    • M.1.10 begeleidt de levensbeschouwelijke, morele en ethische uitingen van zijn pastoranten /cliënten.
    • M.1.6 ondersteunt de pastoranten /cliënten in hun lerende houding, door levensvragen, wensen en verlangens te signaleren, te benoemen en er effectief op te reageren.
    • M.2.1 communiceert verbaal en non-verbaal effectief met gebruikmaking van diverse gesprekstechnieken, zodat het communicatieproces tussen pastoraal werker / geestelijk verzorger en medewerkers, pastoranten /cliënten en tussen medewerkers, pastoranten /cliënten onderling in een veilig klimaat plaatsvindt.
    • M.2.2 toont persoonlijke betrokkenheid en enthousiasme bij individuele pastoranten /cliënten en groepen.
    • M.2.3 gaat professionele relaties aan met pastoranten /cliënten en hanteert binnen zijn communicatie op professionele wijze de spanning tussen afstand en nabijheid.
    • M.2.8 bewaakt voor pastoranten /cliënten de grenzen waarbinnen zij gevoelens, meningen, positieve en negatieve ervaringen uiten.
    • M.3.1 biedt een veilig klimaat waarin pastoranten /cliënten en pastoraal werker / geestelijk verzorger elkaar respectvol behandelen.
    • M.3.2 zorgt voor een situatie waarin pastoranten /cliënten een eigen inbreng kunnen tonen.
    • M.3.5 onderneemt waar nodig actie om het sociale klimaat in de groep te verbeteren.
    • M.6.1 hanteert relevante gespreksvaardigheden en technieken.
  • 2200LIPRGW Training: geloofscommunicatief groepswerk
    LV
    1ec
    10cu
    • M.1.11 plaatst de levensbeschouwelijke, religieuze en ethische betekenisverlening in het algemeen en die van de pastorant/ cliënt in een breder kader door deze te ordenen en te (helpen) duiden (hermeneutiek) met gebruikmaking van theologie en verwante wetenschappen.
    • M.1.12 reflecteert systematisch met de pastoranten /cliënten op het leerproces, zodat dit proces zichtbaar gemaakt wordt (metacognities) en het eigen leerproces van de pastorant /cliënt zich verder kan ontwikkelen.
    • M.1.17 Is onderlegd om ethische vragen en perspectieven aan de orde te stellen.
    • M.4.3 maakt afspraken over de taken van de pastoranten /cliënten en medewerkers en geeft aan welke ondersteuning zij kunnen verwachten.
    • M.4.4 stelt prioriteiten en verdeelt de beschikbare tijd effectief.
    • M.7.2 reflecteert systematisch op eigen gedrag, houding en spiritualiteit en betrekt in zijn reflectie de feedback van anderen.
    • M.7.3 weet aan te geven op welke punten de eigen competenties verbeterd kunnen worden.
    • M.7.4 werkt op een planmatige manier aan zijn eigen beroepsontwikkeling en spiritualiteit.
  • 2200LLSPSB Spiritualiteit m.b.t. het beroep
    OT
    2ec
    14cu
  • 2200LVKKTM Themacollege 2: Schuld en verzoening
    WS,PR
    6ec
    20cu
  •  
     
    15ec
    54cu

Studiejaar 2019-2020

  • Semester 1
  • 2200LIBVSB Studieloopbaanbegeleiding master jr3
    AS
    1ec
    4cu
    • M.1 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger kan kennis over en inzicht in de praktijk overzien. Hij legt verbanden tussen praktijk en theorie. Daarbij ontwerpt hij zelfstandig op basis van een in beleidstermen geformuleerde visie na te streven doelstellingen die recht doen aan verschillen tussen pastoranten/ cliënten, en dit omzet in leeractiviteiten met aandacht voor differentiatie en gevarieerde werkvormen. Hij speelt bij de uitvoering in op het proces, evalueert dit en betrekt bij dit alles ook de pastoranten / cliënten. Hij stimuleert de ontwikkeling van de levensbeschouwelijke en morele sensibiliteit van pastoranten /cliënten en begeleidt hen bij het opstellen en verantwoorden van levensbeschouwelijke en ethische redeneringen en gedrag.
    • M.1.2 ontwerpt verschillende leertrajecten om tegemoet te komen aan de verschillen in leren en gedrag tussen pastoranten /cliënten (leerstijl, niveau van cognitieve, levensbeschouwelijke en morele en ethische ontwikkeling en wijze van werken) en bevordert hiermee een open en zelfstandige lerende houding bij hen.
    • M.1.3 daagt uit tot synthetiseren, analyseren en creatief denken (out of the box).
    • M.1.4 ontwikkelt instrumenten van pastorale diagnostiek op proces en productniveau waarmee de beoogde gedragsverandering op verantwoorde en adequate manier begeleid en geëvalueerd wordt.
    • M.1.5 reflecteert op zijn eigen werkwijze met gebruik van wetenschappelijke inzichten.
    • M.1.6 ondersteunt de pastoranten /cliënten in hun lerende houding, door levensvragen, wensen en verlangens te signaleren, te benoemen en er effectief op te reageren.
    • M.1.7 kan ruimte geven aan creativiteit van pastoranten /cliënten en bevordert hierin de zelfstandigheid en zelfverantwoordelijkheid.
    • M.2 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger stimuleert, ook in ietwat lastige groepen medewerkers, pastoranten /cliënten tot gewenst gedrag. Hij spreekt hen zowel individueel als groepsgewijs aan op hun verantwoordelijkheid zodat er een op samenwerking gerichte sfeer ontstaat waarbinnen ruimte is voor medewerkers, pastoranten /cliënten om zich kwetsbaar op te stellen. Daarbinnen kunnen zij ervaringen met betrekking tot levensbeschouwelijke opvattingen, levensvragen en uitingen uitwisselen. Hij beheerst diverse professionele gespreksvaardigheden en past deze zelfstandig toe. Hij is in staat zichzelf kwetsbaar op te stellen door authentiek en open te laten zien op welke wijze hij zelf omgaat met levensbeschouwelijke zaken. Ook is hij in staat om onderlinge samenwerking en een leerproces zo te begeleiden dat een op samenhang en onderlinge uitwisseling van argumenten en gevoelens gerichte sfeer ontstaat op basis van tolerantie en respect.
    • M.3 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger in opleiding heeft een duidelijk beeld van de sociale verhoudingen en het sociale klimaat binnen een groep pastoranten /cliënten, analyseert deze en handelt zelfstandig op basis van de bevindingen en reageert op de belemmeringen, die pastoranten /cliënten ervaren in hun sociaalemotionele, levensbeschouwelijke en ethische ontwikkeling. Verder heeft hij een goed beeld van individuele pastoranten /cliënten en signaleert eventuele ontwikkelingsvragen, diagnosticeert deze waar nodig met hulp. Hij begeleidt deze pastoranten /cliënten en evalueert de gekozen aanpak. Hij verantwoordt zijn pedagogische/ agogische opvattingen en de gekozen aanpak.
  • 2200LLSWCO Coaching
    WS
    2ec
    14cu
    • M.8.1 Is in staat een afgebakende probleemstelling te formuleren en de daarin gehanteerde kernbegrippen te verbinden met de theorie
    • M.8.2 Is in staat de keuze voor de gebruikte methode te verantwoorden
    • M.8.3 Is in staat de gekozen methoden verantwoord toe te passen
    • M.8.4 Is in staat de onderzoeksgegevens geordend en zakelijk weer te geven
    • M.8.5 Is in staat een kleinschalig bronnenonderzoek op te zetten en uit te voeren
    • M.8.6 Is in staat de onderzoeksresultaten zakelijk en op een geordende wijze weer te geven
    • M.8.7 Is in staat de onderzoeksresultaten te interpreteren en te analyseren in het licht van de vraagstelling
    • M.8.8 Is in staat conclusies te trekken uit de geïnterpreteerde en geanalyseerde onderzoeksresultaten en daarmee antwoord te geven op de onderzoeksvraag
    • M.8.9 Is in staat over het onderzoek te rapporteren conform wetenschappelijke vormeisen
  • 2200LOSWLR Onderzoeksrapportage
    AO
    2ec
    14cu
    • M.4 De pastoraal werker/ geestelijk verzorger hanteert zelfstandig een effectieve vorm van time- en taakmanagement m.b.t. activiteiten binnen en buiten het werk, voor zichzelf, voor medewerkers en pastoranten /cliënten en voor de organisatie. Hij richt de werkruimtes op een veilige en doelmatige manier in en stemt de activiteiten in uiteenlopende leeromgevingen op elkaar af. Hij treedt regulerend en ordenend op in onverwachte situaties. Hij administreert relevante informatie.
    • M.5.1 behartigt en realiseert de belangen van het team op een verantwoorde wijze binnen de grenzen van waar hij toe bevoegd en in staat is.
    • M.5.2 vraagt hulp van en biedt hulp aan collega’s.
    • M.6.2 verzamelt en raadpleegt bekende en nieuwe informatie en stelt anderen in de gelegenheid hier gebruik van te maken.
    • M.7.3 weet aan te geven op welke punten de eigen competenties verbeterd kunnen worden.
    • M.7.4 werkt op een planmatige manier aan zijn eigen beroepsontwikkeling en spiritualiteit.
    • M.7.6 is flexibel en hanteert stressvolle situaties door zich aan te passen aan veranderende omstandigheden en beschikt over gedragsalternatieven.
    • M.7.8 staat open voor visies en ideeën van anderen en beproeft ze daadwerkelijk.
    • M.8.1 Is in staat een afgebakende probleemstelling te formuleren en de daarin gehanteerde kernbegrippen te verbinden met de theorie
    • M.8.4 Is in staat de onderzoeksgegevens geordend en zakelijk weer te geven
    • M.8.7 Is in staat de onderzoeksresultaten te interpreteren en te analyseren in het licht van de vraagstelling
  • 2200LVKKTV Themacollege 3: Orthodoxie en fundamentalisme
    OT,LV
    10ec
    30cu
  •  
     
    15ec
    62cu

Idee en vormgeving Fontys Hogeschool voor de Kunsten. Doorontwikkeling en technische realisatie Fontys Hogeschool Theologie Levensbeschouwing. © Copyright Fontys Hogescholen.